Psalm 72: te mooi om waar te zijn?

‘Hij zal de ellendigen van het volk recht doen, hij zal de kinderen van de arme verlossen en de onderdrukker verbrijzelen. Zij zullen U vrezen, zolang de zon en de maan er zijn, van generatie op generatie.’ (Psalm 72:4, 5)

Ieder mens heeft een verhaal. Ik was in een samenkomst en zei tegen de aanwezigen: ‘Als ieder van ons nu eens zijn of haar levensverhaal zou gaan opschrijven en ik zou dat later op de dag in een doos verzamelen, wat zouden we dan versteld staan van al die verschillende levensverhalen’. Zo heeft elke Psalm uit het Liedboek van Israël zijn eigen verhaal.

Indrukwekkende afsluiting
Er zijn mensen die veel weten van het Oude Testament. Dan kun je ook in het boek van de 150 Psalmen een onderverdeling aanbrengen. Deel 2 loopt van Psalm 51 tot en met Psalm 72. Een verzameling liederen die zich kenmerken door worsteling en strijd. Klachten (51-60), uitingen van vertrouwen (61-64), dankliederen (65-68) en opnieuw klachten (69-71). Meermalen wordt God in deze psalmen aangewezen als degene die de orde herstelt. In deze psalm doet hij dat door de aardse koning. Daarmee vormt de psalm een indrukkende afsluiting van het tweede deel. Het is een gebed.

Gebed gevraagd
In Psalm 72 wordt gebeden. Voor de regering van koning Salomo. Het is de enige psalm die in verband met Salomo wordt gebracht. Bijbelkennis laat nogal eens te wensen over, maar dat Salomo de zoon en opvolger van David is, weten nog aardig wat gemeenteleden. Als je het op straat aan deze en gene vraagt is het zomaar mogelijk dat men het niet weet. Toch mooi om te weten, want Salomo staat bekend als koning van de vrede. Maar zelfs Salomo heeft het er met betrekking tot recht doen, armen, weduwen en wezen verzorgen niet best afgebracht. Hij bleef in gebreke. Vest op prinsen geen betrouwen.

Ineens denk ik aan Prinsjesdag. Gebed vragen we voor de regering, voor de koning en zijn gezin, voor volk en vaderland, voor de wereld. Wat is God toch voor recht doen en wat heeft de Eeuwige oog en hart voor armen, verdrukten om die te verlossen. Geloof maar dat God graag de onderdrukker verbrijzelt. Lees maar eens Exodus 21-23 direct aansluitend op de liefdewet van de Sinaï. Maar waarom is er dan nog zoveel onderdrukking en vervolging? Daar kom ook ik niet uit. Dit weet ik dat God doorgaat ook in dit nieuwe seizoen, in Opening Winterwerk om gemeentebreed grote dingen te doen. Hier en elders, jongeren en ouderen: ‘Zij zullen u vrezen, zolang de zon en de maan er zijn, van generatie op generatie’. Wat een bemoediging in een tijd van grote misère. Zolang de zon en maan er zijn… belofte bijzonder voor Israël in deze benauwde tijden: Jeremia 31:35, 36.

Luther en de lieve zon
Waaromvragen… wie heeft ze niet? Het is nog genadetijd. Dat Israël er is… dat de synagoge er is, dat de kerk er is, allemaal Godswonderen. Dat u, jij en ik nog leven, mogen meeleven en meebidden, een compleet wonder. We mogen meezuchten in verband met het lijden van de tegenwoordige tijd. Lees maar eens heel Romeinen 8. Luther preekte in 1535 over het lijden van de tegenwoordige tijd, ook van de schepping: ‘De lieve zon, het mooiste en liefste schepsel, moet om één vrome te dienen, ook vele duizenden goddelozen beschijnen’. Zucht maar mee met de Geest: ‘Kom ‘Zonne der gerechtigheid’, U… meer dan Salomo!’