LUCAS 7 : 1 – 10 / Openbaring 5 (deels gebruikt tijdens bezinningsmoment HA in de Dorpskerk)
Rondom het Heilig Avondmaal klinkt in ons hart nog wel vaak de vraag: Wat betekent het om “onwaardig’ (1 Kor. 11) het Heilig Avondmaal te vieren? Ook al hebben we vaak in een preek horen uitleggen in welke situatie in Korinte dat woord valt, ’t blijft voor velen een zwaar geladen woord. We willen er samen naar kijken. Tegenover “onwaardig” staat “waardig”. Wat is het criterium?
“Waard, waardig”. ‘k Vond een mooie algemene omschrijving: “Een waarde hebbend die recht geeft op of past bij iemand of iets anders met een gelijksoortige waarde. Wij gebruiken nog wel eens de uitdrukking:”Hij is zijn loon waard”. Dat loon staat dan in goede verhouding tot de geleverde prestatie. Dát is het blijkbaar, wat de oudsten van de Joden bedoelen als zij – bij Jezus gekomen zijnde – van de hoofdman over honderd, die hen gestuurd had, zeggen: “Hij is het waard dat U dat voor hem doet, want hij heeft ons volk lief en heeft zelf de synagoge voor ons gebouwd”. Hun verzoek betrof het komen van Jezus naar de hoofdman over honderd, omdat deze een zieke slaaf had, die hij – zo staat er in vs. 2 – “zeer waardeerde”. Daarin hoort u het wat ouderwets klinkende woordje “waardij”, waard zijn, waardig zijn. In de ogen van de oudsten van de Joden had de genoemde hoofdman er gezien zijn prestaties ‘recht’ op, paste het gaan van Jezus naar die hoofdman om de door hem zeer gewaardeerde slaaf te genezen helemaal bij de persoon van de hoofdman. Loon naar werken, zouden we zeggen.
Lucas 7 : 6 vertelt, dat Jezus met de oudsten van de Joden meegaat. Omdat die hoofdman het ‘waard’ was? Nee! ’t Wonder in deze pericoop is nu juist, dat die hoofdman dat zelf zo goed wist en dat ook eerlijk belijdt: “Ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt!” Hij drukt dat met name uit in de aanspreektitel: Heere, Kurios. U bent, Heere Jezus, mijn Meerdere. Bovendien – als we straks Jezus verwonderd horen zeggen: “Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden”, dan volgt daaruit naar alle waarschijnlijkheid, dat we hier met een ‘heiden’, een niet-Jood te maken hebben. Niet waardig!
‘k Vond het trouwens wel mooi om in een commentaar te lezen, dat hoewel die hoofdman zich niet waardig voelde om naar Jezus toe te komen of Jezus te ontvangen in zijn huis hij zijn verzoek om zijn slaaf te genezen niet terugtrok! Da’s een prachtige pastorale les: Niet waardig! Ja! En vrágen! Ik ben soms zo bang, dat velen wel beseffen het niet waardig te zijn en daarom ook niet meer vragen, niet meer durven vragen. Die hoofdman doet dat wel.
Da’s nou eigen aan het geloof! Het geloof van die hoofdman, waarmee hij volkomen vertrouwt op de kracht van het bevel van Jezus om zijn slaaf gezond te kunnen en te willen maken! Dat noemt Jezus “een groot geloof”. Daarom, vergis u niet in het Lam, staande als geslacht! Zie Hem daar staan in Openbaring 5! In volle glorie! Waardig! Een volkomen Lam. Een geslacht Lam. Een Offerlam. Verzoening. Voldoening. Vroeger noemden ze dat ‘Goddelijk recht’. Je moest niet alleen een ‘kerkelijk recht’ hebben om aan te gaan aan de dis van het verbond, maar ook een ‘Goddelijk recht’. Daarbij pasten dan allerlei kenmerken in het hart van de gelovige.
We leren nu echter, dat ‘Goddelijk recht’ een geschonken recht is op grond van het volbrachte werk van onze Heere Jezus Christus. En dat is genoeg! Vrijspraak. Vrede met God. Eeuwigheidsperspectief! Dan krijgt deelnemen aan het Heilig Avondmaal het karakter van een voorsmaak op het Grote Avondmaal voor eeuwig bij God. Dan doen we het, omdat Hij het van ons vraagt. Zo’n Lam kun je toch niets weigeren? Jubelt u al mee met dat machtige engelenkoor: “Het Lam Dat geslacht is, is het waard (!) om de kracht te ontvangen, en rijkdom, wijsheid, sterkte, eer, heerlijkheid en dankzegging….in alle eeuwigheid”.
NB De volgende avondmaalsviering in onze gemeente is op DV Goede Vrijdagavond, vrijdag 6 april.
Ds. G. Herwig
