Nunspeet, Sionskerk

Seizoensverslag 2010- 2011

1. Ter inleiding.
Mijn tweede seizoen in Nunspeet zit er bijna op. Wanneer mensen mij vragen hoe ik het heb in Nunspeet, begin ik altijd te zeggen dat de gemeente ‘een fijne plek is om te zijn’. Dat klinkt wat vaag, maar ik bedoel het erg positief. Ik ben blij deel uit te mogen maken van deze kring van broeders en zusters die bijeengebracht zijn in Jezus Christus’ naam en samen een gemeente mogen vormen. Er is veel te doen in de gemeente, en toch is dat niet het eerste waarvoor we gemeente zijn. We hebben de roeping om ‘huis van de Vader’ te zijn, waar liefde woont en de HERE zegenend aanwezig wil zijn. Zo kan de gemeente een plek zijn waar heil te vinden is (Ps. 133: 3 berijmd).

In het nu volgende ga ik een aantal dingen van mijn werk langs, zonder daarbij een volledige opsomming te geven van mijn werkzaamheden.

2. Diensten.
* Typering. In het algemeen ervaar ik in de diensten een samengaan van ontspannenheid en eerbied, van spontaniteit en wijding. Juist dat samengaan vraagt veel aandacht: het is soms moeilijk om het in balans te houden. Toch denk ik dat juist hierin voor veel mensen het ‘aantrekkelijke’ van de Sionskerk kan liggen.

* Verkondiging. Het bezig zijn met de voorbereiding van de diensten en het maken van een preek is mij lief. Het lukte me nauwelijks om een doorgaande lijn in de preken aan te brengen. Dat komt doordat er veel bijzondere diensten zijn, en doordat er soms forse onderbrekingen zitten tussen de diensten waarin ik in de Sionskerk voorga. In de avonddiensten lukt het dan nog het beste, met een voortzetting van de serie themadiensten rond het werk van de Heilige Geest. In de ochtenddiensten in de Adventstijd kon ik met collega Herwig aandacht schenken aan Micha. In januari heb ik een viertal diensten gewijd aan het thema ‘Trouw en toegewijd’, gericht op Hand. 2: 40-47. Voor alle duidelijkheid: ik vind het mooi om mee te werken aan ‘bijzondere’ diensten (Alphadienst, catechesedienst, appèldienst, jeugddienst, CNS-themadienst enz.). Maar ‘gewone’ diensten zijn in mijn beleving ook bijzonder. Juist dan kun je als gemeente in alle rust de Schriften openen om woord voor woord te lezen. Ik ervaar het als een gemiste kans dat we zo weinig aan de doorgaande lezing toe komen.

* Voor- en nabespreking. Slechts een enkele keer was er een voorbespreking en een nabespreking. Beide momenten waren zinvol en leerzaam; ze versterken naar mijn besef de betrokkenheid op de eredienst en in het bijzonder op de verkondiging. In het komend seizoen hoop ik iets meer toe komen aan dit soort momenten rond de dienst.

* Zang en muziek. Met enige regelmaat laat ik liederen zingen uit andere bundels dan het Liedboek. Soms worden jongeren daarbij ingeschakeld, bijv. van het WonderWorship-team. De medewerking van jongeren op muzikaal vlak kan hopelijk helpen om jongeren bij de diensten en de gemeente te betrekken. Als we het daar over eens zijn, verdient het onze aandacht en doen we er goed aan om te bekijken hoe we dat meer structuur kunnen geven: jongeren met hun muzikale talent opsporen, motiveren en inschakelen. Overigens geldt dat niet alleen jongeren: ook anderen zouden op bepaalde momenten hierbij ingeschakeld kunnen worden.

* Voorbede. In mijn vorige seizoensverslag noemde ik al het idee om na bepaalde avonddiensten een moment van persoonlijke voorbede aan te bieden. Twee keer is dat inmiddels gebeurd. Het waren mooie momenten, waarop bleek dat er inderdaad behoefte was/is bij mensen aan voorbede. Een zestal mensen uit de wijkgemeente stonden na de avonddienst gereed om met mensen in gebed te gaan. Deze zes vormen een voorlopig gebedsteam. In de komende tijd zullen we als gebedsteam bij elkaar komen om dingen te bespreken en ons te bezinnen op een zo zorgvuldig mogelijke wijze om voorbede in de gemeente vorm te geven en evt. nazorg vanuit de voorbede te kunnen bieden.

* Beamer. Inmiddels zijn we begonnen met het gebruik van de beamer. Het bewijst goede diensten, maar we zijn terughoudend in het gebruik. Dat lijkt me (zeker op dit moment) een goede zaak. In doopdiensten en op andere bijzondere momenten waarbij voor in de kerk iets ‘gebeurt’ blijkt de techniek ons echter prima te helpen om zoveel mogelijk mensen in de kerk erbij te betrekken.

* Rouw en trouw. Veertien begrafenissen heb ik gedaan; daarbij betrof het vier keer het overlijden van iemand uit een andere wijk. Er waren zes trouwdiensten. Naast de voorbereiding van de dienst zijn er ook altijd een of meerdere ontmoetingen met de nabestaanden (in het geval van een begrafenis) en het trouwstel (in het geval van een huwelijksdienst).

* Avonddiensten. Een vraag die overblijft is die naar een eventueel andere invulling van de avonddienst. De reden daarvoor is dat je op deze manier de avonddienst meer kunt onderscheiden in karakter van de ochtenddienst. Op dit moment zijn de avonddiensten deels leerdiensten, al of niet aan de hand van de Heid. Catechismus. Maar ook dan heeft de dienst in grote lijnen eenzelfde karakter als de ochtenddienst: de liturgie is als vanouds, met slechts zelden een afwijkende invulling. Daarnaast zijn er soms bijzondere avonddiensten, zoals de jeugddienst en de appèldienst, maar dat betreft toch slechts een enkele keer in het jaar. Voor een niet onaanzienlijk deel zijn de avonddiensten nog altijd hetzelfde als ‘vroeger’ en daardoor vrijwel gelijk aan de ochtenddiensten. Het enige onderscheid is dan dat ’s morgens het gebod wordt gelezen en ’s avonds de geloofsbelijdenis. De terugloop van de kerkgang doet zich landelijk in vele kerken voor; dat is vooral in de avonddienst te merken. Kunnen we concreet bezien welke mogelijkheden er zijn om de avonddienst een andere invulling te geven in de hoop mensen daarmee te motiveren die avonddienst niet zomaar te schrappen uit de agenda? En in de hoop dat jongeren hierdoor meer aktief betrokken zijn bij de diensten?

Welke mogelijkheden zijn er voor een alternatieve invulling? Je kunt denken aan een;
* zangdienst (evt. met inschakeling van muzikaal talent in de gemeente).
* meditatieve dienst (met bijv. aansluitend gelegenheid voor persoonlijke voorbede).
* interaktieve dienst (met bijv. opzet gelijk aan een Follow Me-bijeenkomst: gezamenlijk begin met lied, gebed en korte preek – tweede deel met gesprek in kleine groepjes – afsluiting gezamenlijk met gebed en lied).

3. Pastoraat.
* Algemeen. Enerzijds heb ik mijn taak in het bezoekwerk bij bepaalde categorieën: ouderen, zieken, rouwdragenden, huwelijksjubilea. Anderzijds ben ik beschikbaar voor incidentele bezoeken en gesprekken. Geregeld zijn er mensen die vragen om een gesprek; zelden voor een ‘wissewasje’, - er is veel zorg en nood. Die nood ligt vaak op het vlak van relaties en huwelijk. Ik heb het gevoel: in toenemende mate. Dat betekent praktisch gezien, dat gesprekken veelal niet eenmalig zijn, maar vragen om geregelde, langdurige aandacht. Een intensieve vorm van pastoraat dus. Ik probeer daarnaast ook nog een beetje ruimte te houden voor bezoeken aan en gesprekken met mensen van buiten de kerk of van de rand. Helaas komt het daar niet veel van.

* 80+. N.a.v. mijn opmerkingen in het vorige seizoensverslag m.b.t. het bezoekwerk worden de 80+-adressen inmiddels bezocht door Nelis Westerbroek en mijzelf: we doen beiden een helft van het totaal aantal adressen, waarbij we na verloop van het jaar van helft wisselen.

* Wijk Noord. De vacature in Wijk Noord duurt nog voort; bovendien is er lange tijd geen pastorale voorziening getroffen voor zorg in situatie van ziekte en overlijden. Dat betekent dat de andere wijkpredikanten nog wel eens benaderd worden voor bezoeken of een begrafenis. Dat is niet erg, maar het is goed om het hier te vermelden, omdat het betekent dat je op zulke momenten niet beschikbaar bent voor de eigen wijk.

* Kort. Dat ik hier verder kort ben over het bezoekwerk betekent niet dat het voor mij niet belangrijk is. Aan het bezoekwerk beleef ik veel genoegen: het is bijzonder om bij mensen te mogen zijn en te vernemen hoe zij op weg gaan in geloof, of hoe zij worstelen met levensvragen en je daar als predikant over in vertrouwen willen nemen. Ik ben overigens niet het type predikant die bij allerlei adresjes even kort aanwaait (wat niet weg neemt dat ik het wel af en toe, bijv. in de Bunterhoek).

4. Vorming en toerusting.
* Catechese. Op dinsdagavond is er Follow Me voor de tieners. Er is een goed team aktief, met veel enthousiasme en capaciteiten. Zelf ben ik aanwezig op de FM-avonden en zonodig val ik in om een groepje te leiden, wanneer een van de mentoren verhinderd is. In het komend seizoen ga ik ook enkele keren een inleiding houden. Tot nu toe deed Wijnand de Jager dat alleen. We gaan proberen om meerdere mensen te vinden die elk enkele inleidingen per seizoen kunnen houden. Zo spreiden we de lasten en tegelijk ben ik iets meer in beeld bij de catechese. Tevens gaan we verder met minimaal één keer per seizoen een catechesedienst te houden, die aansluit bij de Follow Me-thema’s en waarin jongeren van Follow Me aan aktief aandeel hebben. Naast Follow Me is er ook nog een 18+ kring; die leid ik zelf.

* Philadelphia. Eens per maand is er op woensdagavond een uur met verstandelijk beperkte gemeenteleden: de Philadelphiakring die Alma Zwart en ik leiden. Een deel van de deelnemers komt uit andere wijken. We beleven veel plezier aan deze uren en bespreken telkens een gedeelte uit het Evangelie. Er zijn plannen om met deze kring in 2012 een try-out te doen van een Alphacursus-op-maat voor mensen met een verstandelijke beperking.

* Bijbelkring. Eens per maand is er een Bijbelkring. Vaak kwam het erop neer dat Christa moest invallen om de kring te leiden; mijn overbezette agenda liet niet toe dat ik het zelf steeds kon doen. Het onderwerp was dit seizoen ‘Missionair gemeentezijn’, met gebruikmaking van het materiaal van Henri Wijnne. Voor het komend seizoen wil ik graag de Bijbelkring-bijeenkomsten meer laten aansluiten bij de diensten waarin ik voorga, met behulp van een A-4tje dat ik dan zal maken n.a.v. de schriftlezing en de preek met een handreiking voor gesprek. (Overigens vervangt Christa mij ook wel eens wanneer ik verhinderd ben op de 18+ of de belijdeniskring.)

* Gesprekskringen. Mijn rol bij de gesprekskringen: 1e) aan het begin en aan het eind van het seizoen organiseer ik een bijeenkomst voor de kringleiders, voor bezinning, toerusting en onderlinge bemoediging, 2e) ik houd het overzicht van de kringen bij, 3e) via de mail probeer ik de vinger aan de pols te houden over het verloop van de kringen en speel ik informatie door over dingen die de moeite waard zijn voor de kring.
Veel kringen hebben gewerkt met het materiaal van Henri Wijnne, maar er is de vrijheid voor kringen om ander materiaal te kiezen. Ik ben beschikbaar voor kringen en kringleiders om hen daarin te adviseren. Het liefst zou ik proberen kringen en leerdiensten aan elkaar te koppelen, maar tot nu toe is het er nog niet van gekomen om dat idee verder uit te werken. In het komend seizoen ga ik dat meer proberen vorm te geven. Tevens heb ik een voorstel gedaan om kringen meer te betrekken in het gebedswerk van de gemeente: soms is de lijst van voorbedepunten op zondag wel erg uitgebreid, dan is het mooi als kringen ingeschakeld kunnen worden in de voorbede. In september willen we een startbijeenkomst houden voor alle kringen (alle kringleden dus), om samen inspiratie op te doen en verbondenheid te onderstrepen.

* Leeskring. Tweemaal was er een leeskring, in het najaar en in het voorjaar. De eerste keer rond het boek van prof. A van de Beek, Is God terug? De tweede keer rond het boek van D. Bonhoeffer, Navolging. Hoewel de kring niet groot is, zijn de bijeenkomsten de moeite waard en hoop ik hiermee in het nieuwe seizoen verder te kunnen gaan.

* Doopvoorbereiding. Ter voorbereiding op de doopdiensten is er altijd een avond met de doopouders rond het dooponderwijs. We zoeken het gesprek met de ouders en hopen dat de bespreking ten goede komt aan de betrokkenheid bij de doopdienst, en belangrijker nog: dat het ten goede komt aan het zicht op de betekenis van de doop.

* Belijdenis. Tien mensen hebben dit keer belijdenis gedaan. Een aantal aanmeldingen voor het nieuwe seizoen heb ik al binnen, onder andere van enkele echtparen met kleine kinderen en van mensen die destijds als jongere er niet toe kwamen om belijdenis te doen maar het nu alsnog zouden willen doen. Ik wil graag de mogelijkheden verkennen voor een alternatief traject van voorbereiding op belijdenis doen voor mensen bij wie het neer komt op een soort ‘inhaalslag’. De belijdeniskring is een stimulerend onderdeel van het predikantswerk: je ontmoet mensen die gemotiveerd zijn om te leren en die zich beramen om hun ‘ja-woord’ voor God. Dit seizoen heb ik om praktische redenen twee belijdenis- kringen geleid; dat vroeg wel veel extra tijd.

Een punt van aandacht: het vervolg op het belijdenis doen: het ontbreekt op dit moment aan een helder plan van nazorg of begeleiding voor mensen die belijdenis hebben gedaan.

5. Visie en beleid.
* Missionair. In het afgelopen seizoen stond een aantal dingen in het teken van ‘Missionair gemeente zijn’, een bezinningsproject dat was voorbereid door de missionair werker Henri Wijnne. Te denken valt dan aan:
- de kringen die gespreksmateriaal gebruikten dat speciaal was ontwikkeld voor deze missionaire bezinning;
- een aantal diensten waarin thema’s uit het gespreksmateriaal werden gebruikt;
- de momenten van bezinning ter opening van de kerkenraadsvergadering;
- de jaarlijkse ontmoeting van de kerkenraad met de evangelisatiecommissie.

Voor het overige bleek het niet zo eenvoudig om het bezinningsthema aan de orde te stellen. Ik heb het gevoel dat het thema enigszins in de lucht is blijven hangen. Dat kan te maken hebben met het gespreksmateriaal, wat wellicht toch te algemeen is gebleven. Het kan ook komen door de vele andere zaken in het kerkelijk leven van Nunspeet: een bezinningsthema raakt al gauw ondergesneeuwd, als het moet concurreren met andere thema’s die ‘schreeuwen’ om aandacht. Niettemin komen we hopelijk wel een stap verder, maar dat is mede te danken aan de inzet van onze evangelisatie-ouderling met zijn team.

* Nieuw beleidsplan. Hoe dan ook, er moet een nieuw beleidsplan komen en dat kan ons helpen om ‘missionair gemeente zijn’ te vertalen in concrete doelen: wat gaan we doen om meer dan tot nu toe een gastvrije gemeente te zijn/ te worden?

* Gezamenlijke bezinning. Het lijkt me belangrijk dat we de gemeente betrekken in onze bezinning op de weg die we als gemeente gaan in de komende tijd. Tot die bezinning behoort de roeping om missionair gemeente te zijn. Maar ook los daarvan is het noodzaak dat we een open verhouding hebben met de gemeenteleden, die ons immers het vertrouwen heeft gegeven om als kerkenraad leiding te geven aan de gemeente. Een jaarlijkse of halfjaarlijkse gemeente-avond kan ons helpen om die open verhouding bewust te zoeken en gestalte te geven.

6. Studie.
* Groningen. Evenals het afgelopen seizoen heb ik deelgenomen aan een maandelijkse middag van het Post Academisch Onderwijs (PAO) te Groningen: colleges over het Nieuwe Testament o.l.v. prof. G.H. van Kooten. Het zijn inspirerende middagen. Als predikant ben je vooral dienaar van het Woord: dit soort cursussen helpt me het Woord beter te verstaan.

* Areopagus. Twee keer heb ik deelgenomen aan een korte cursus van Areopagus, een tak van de IZB, die gericht is op het versterken van de vaardigheden in de prediking. De cursussen staan o.l.v. ds. Paul Visser, ds. Wim Dekker en mevr. Astrid Slob (communicatiedeskundige).

* Studieverlof. Daarnaast genoot ik van mijn eerste studieverlof, tussen Pasen en Pinksteren. Dat studieverlof besteedde ik aan twee onderwerpen: het bijbelboek Job en de predikant/theoloog Tim Keller. In 2012 heb ik mijn tweede deel van het studieverlof. Daarna zal er een nieuwe regeling van kracht worden, waarbij ik in de loop van telkens 5 jaar een aantal studiepunten dien te halen door o.a. gecertificeerde cursussen te volgen.

7. Meer dan de eigen wijkgemeente.
* Algemene Kerkenraad. Bij toerbeurt hebben de predikant zitting in de Algemene Kerkenraad en het moderamen ervan. We willen vanuit de verschillende wijken en geloofsrichtingen elkaar blijven vasthouden en samen één gemeente vormen. Ik denk daarin graag mee, al is het moeilijk om te komen tot voorstellen die breed gedragen worden én die élan hebben. We kunnen het ons niet permitteren om te blijven steken in gesprekken en discussies over de interne verhouding en de onderlinge verdeling van diensten e.d.

* Samenwerking met collega’s. Als ministerie hebben we voor het eerst een serie huwelijksvoorbereidingsbijeenkomsten gehouden, waarbij we elk een avond hebben geleid. Dit bleek de moeite waard en werd zeer positief ontvangen door de deelnemende trouwstellen. Het ligt in de bedoeling om hier in de komende seizoenen mee verder te gaan.

* Oost-Europa. In het najaar ben ik op uitnodiging van Dick Rouvoet mee geweest op een ronde door Hongarije/Slowakije, om vijf predikantsechtparen te bezoeken. De bezoeken zijn gericht op bemoediging. Ik heb genoten van de reis en de contacten in Oost-Europa en hoop dat het gaat lukken om ook jongeren bij dit stukje kerkenwerk te betrekken.

* Medewerking. Op allerlei momenten wordt je medewerking gevraagd. Om een paar dingen als voorbeeld te noemen: radiomeditaties, de weeksluiting in de Bunterhoek, vieringen op Halfweg, een inleiding voor JV Niek of voor Eljakim. Verder ben ik gevraagd om betrokken te zijn bij het team, dat Alphacursussen organiseert in de Rank. Enkele van onze wijkgemeenteleden zitten ook in dat team. Mijn bijdrage kan slechts beperkt zijn, gezien de avonden die normaal gesproken al fors bezet zijn. Niettemin draag ik ‘Alpha’ een warm hart toe en hoop ik dat de cursus meer aansluiting kan krijgen bij andere dingen in het gemeenteleven.

* Andere kerken. Op dit moment werk ik nog slechts incidenteel samen met een collega, behorend tot een ander kerkgenootschap. Met een uitvaartondernemer en collega van der Veen (Prot. Gemeente Nunspeet) heb ik een serie avonden gehouden rond rouw en verlies. Wat mij betreft zou er wel iets meer ruimte mogen komen voor vormen van samenwerking: daar waar het zinvol lijkt en de band met andere kerken kan versterken.

8. Tenslotte
* Thuissituatie. Met mijn conditie is het dit seizoen over het geheel genomen beter gegaan dan het vorig seizoen. Wat niet wegneemt dat er van tijd tot tijd ‘vermoeidheidsbuien’ overdrijven, van een of meerdere dagen. Ik heb geleerd van de arbo-arts om dan gewoon door te werken. Dat lukt ook wel, maar het is wel duidelijk dat je dan nogal eens minder plezier of voldoening aan het werk beleeft: het werk wordt meer een klus die geklaard moet worden. Met de gezondheid van Christa is het wisselend gesteld. Twee ingrijpende operaties waren noodzakelijk i.v.m. negatieve bijwerkingen van de hormoonkuren. Dat zijn geen dingen die je ongedeerd laten. Voorlopig wordt de agenda voor haar nog veel in beslag genomen door bezoeken van ziekenhuizen en therapeuten. De oncoloog wil de hormoonkuur zo lang mogelijk volhouden, zoals het er nu naar uit ziet tot 10 jaar na de operatie. (Dat is vanaf nu nog ruim 4 jaar).

* De rek eruit. Gaandeweg het seizoen was de rek eruit in mijn agenda. Dat is lastig. Je raakt teveel gefixeerd op het rond krijgen van het werk en het organiseren van je agenda. Er lijkt in het tweede seizoen eerder meer dan minder werk op mijn bordje te zijn komen liggen. Het is goed om mijn huidige werk nog eens te leggen naast de prioriteiten die werden gesteld aan een te beroepen predikant voor de Sionswijk (profielschets voorjaar 2009). Met de kerkenraad / het moderamen is er overleg hoe we deze situatie kunnen verbeteren.

Ik besluit graag met een woord van dank en waardering voor de goede samenwerking binnen de kerkenraad en met allerlei andere mensen binnen de gemeente: er is geloofsverbondenheid en we hebben geen ‘gedoe’. Dat doet me opnieuw denken aan Ps. 133 – Zie toch, hoe goed en hoe lieflijk het is als broeders ook tezamen wonen. Iets daarvan te ervaren: zegenrijk!

David Rodenburg
Juni 2011