Een muur van vuur

EEN MUUR VAN VUUR
een artikel van Marius Schouten in de kerkbode van 2 december 2016
Het vuur zegt niet: het is genoeg. Dat zei Agur (Spr. 30:16). De waarheid ervan bleek eind november 2016 in Israël. Het land is geteisterd door felle branden. Overal waren er plotseling laaiende vlammen, die door een harde wind werden aangewakkerd. Wooncentra werden bedreigd, zoals in Haifa, de derde grote stad in Israël. Tienduizenden inwoners werden geëvacueerd. Ongeveer vijfhonderd woningen en appartementen werden verwoest. “We zijn in een oorlog beland,” zo zei men in Haifa. Een brandweerofficier zei dat men de kazerne in brand probeerde te steken.
Wij maakten ons zorgen over onze vriend Leon Mazin, een Messiaanse voorganger in Haifa, die onlangs nog in de Kapel in Hulshorst sprak. Gelukkig berichtte hij ons dat hij veilig is. Andere vrienden in Israël gingen in allerijl hun dochter van school halen waar het vuur al geroken werd.
In Israël wordt gesproken over een vuurintifada, een vuurterrorisme, een nieuwe manier om Israël te verzwakken.Het is immers gebleken dat veel branden zijn aangestoken. Er waren Arabieren, die juichten, maar er waren ook verschillende landen, waaronder buurlanden, die hulp aanboden. Naast Israëlische brandweerkorpsen en Israëlische brandblusvliegtuigen waren er ook Russische vliegtuigen en Amerika stuurde het grootste brandblusvliegtuig ter wereld, een aangepaste Boeiing 747 – 400, met tachtig ton brandblusmiddelen aan boord.
Als er geen hout meer is, dooft het vuur (Spr. 26:20a). De trieste aanblik van de afgebrande bossen herinnert aan die woorden. Het vuur van de haat zal echter niet worden gedoofd vóór de wederkomst van de Messias. Een predikant zei: “Het is al weer Advent.” Hij bedoelde dat de tijd zo snel gaat en dat is ontegenzeggelijk waar. Het is Advent en het zal Advent blijven zo lang de Messias zich niet openbaart aan Zijn volk Israël.
Onze Adventstijd is verbonden aan een Kerstfeest dat we zelf hebben bedacht, hoe mooi en zinvol het ook kan zijn. Dit jaar valt ons Kerstfeest gedeeltelijk samen met Chanoeka, het Joodse feest der lichten, dat herinnert aan de herinwijding van de tempel (164 vóór Chr.). Jezus vierde dat feest mee (Joh. 10:22 en 23). Dat gedeeltelijk samenvallen van Kerstfeest en Chanoeka is bijzonder. Chanoeka herinnert ons aan het wonder van de menora, waarvan de lampen acht dagen brandden op een kruikje olijfolie dat voldoende was voor één dag. Maar een groter wonder dient zich aan. Weliswaar is Israël geslagen door kwaadaardig vuur. Misschien zullen de slagen zich herhalen en nog feller worden. Maar het vreemde vuur zal tenslotte doven. Het gif van de haat zal wijken voor vrede.
“En Ik zal voor haar (Jeruzalem) zijn, spreekt de HEERE, een muur van vuur rondom en Ik zal in haar midden tot heerlijkheid zijn” (Zach. 2:5).
Marius Schouten