Wat hebben wij met Israël?

In het Oude Testament is bij meerdere profeten te lezen, dat uit Israël de Messias zal voortkomen. Als Jezus, de grote Zoon van Israël, een lang gesprek voert met een vrouw uit Samaria, zegt hij op zeker moment: “de zaligheid is uit de Joden” (Joh. 4 : 22b). Als deze vrouw van Hem zegt, dat Hij ‘ons alles zal verkondigen’, is Jezus’ reactie: “Ik ben het, Die met u spreekt”. Een paar hoofdstukken verder is te lezen, dat Hij over Zichzelf zegt: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben” (Joh. 8 : 12). De Messias van Israël is dus tegelijk de Heiland van de wereld!

Wij, christenen uit de heidenen, hebben veel met Israël omdat wij deze Heiland toebehoren en volgen. Jezus is namelijk niet ‘los verkrijgbaar’, al is dat eeuwenlang gedacht. Hij is en blijft één met Zijn volk, ook al zijn er velen van dat volk, die Hem (nog) niet erkennen. Paulus noemt dit laatste een geheimenis. Vanwege de afwijzing van Jezus als Messias door een deel van Israël, is het Evangelie onder de heidenen verspreid en heeft zo ook ons in Nunspeet bereikt! Paulus vergelijkt Israël met een olijfboom, waar enkele takken zijn afgerukt en waar ‘wilde takken’ (heidenen) op zijn ingeënt (Rom. 11). De kerk heeft het leven aan deze olijfboom te danken, heeft dus geen enkele reden om zich ‘beter’ te achten dan Israël. Het is tot haar schade als zij dit volk negeert. Israël is onze ‘oudste broeder’ aan wie wij liefde zijn verschuldigd. Bovendien zegt de HEERE in Gen 12: 3 “Ik zal zegenen, wie u zegenen” . Dit is gezegd tegen Abram, Israëls voorvader. Voor dit Israël moeten wij ‘het goede zoeken’.