Begroting 2018 College van kerkrentmeesters

Begroting 2018

Het College van Kerkrentmeesters heeft de begroting voor het jaar 2018 opgesteld en deze is in de vergadering van 25 oktober 2017 vastgesteld en verzonden naar de Algemene Kerkenraad die de begroting in zijn vergadering van 21 november 2017 heeft vastgesteld. Daarom ligt de begroting nu op het kerkelijk bureau ter inzage voor de gemeenteleden tot en met 15 december 2017. Tevens is de begroting te raadplegen op de website.

 

Hieronder is een samenvatting van de begroting opgenomen:

 begroting 2018
baten
baten onroerende zaken         44.400
rentebaten en dividenden           2.000
Kerkbalans      600.000
bijdragen levend geld       238.500
totaal baten       884.900
lasten
dotatie voorziening groot onderhoud       120.000
lasten kerkelijke gebouwen exclusief afschrijvingen          77.550
afschrijvingen          37.350
pastoraat       393.000
lasten kerkdiensten, catechese, etc.         35.000
verplichtingen/bijdragen andere organen         47.500
salarissen       178.500
kosten beheer en administratie         31.000
rentelasten/bankkosten          2.000
totaal lasten      921.900
saldo baten – lasten      37.000-
overige baten         41.350
RESULTAAT (Positief)          4.350

Het is een sluitende begroting met een begrote post voor “Kerkbalans” van € 600.000,–. Het is altijd spannend voor ons als college van Kerkrentmeester of dit bedrag ook werkelijk toegezegd wordt met de Aktie Kerkbalans.

De erediensten kunnen gelukkig vrij bezocht worden en u hoeft geen toegangskaartje te kopen. Ook zijn de plaatsen op de eerste rij niet duurder dan de plaatsen op de achterste rij. Het zal duidelijk zijn dat het houden van de diensten geld kost. Hierbij moet u denken aan het onderhoud van de vier kerkgebouwen in onze gemeente, de predikanten die een deel van hun beschikbare tijd besteden aan de voorbereidingen van deze diensten en daarvoor natuurlijk hun traktement ontvangen. Door het teruggaan van vijf naar vier predikanten moet er ook vaker een beroep gedaan worden op gastpredikanten. Daarnaast zijn er de energiekosten en wat er nog meer bij komt kijken. Daarom wordt ook regelmatig gecollecteerd voor het instant houden van de erediensten. Deze kosten mogen we met elkaar opbrengen en we mogen hierbij ook de gedachte “draagt elkanders lasten” koesteren. Daar staat tegenover dat we in deze diensten ook veel mogen ontvangen. Hiervoor verwijs ik naar onderstaande mijmeringen over de liturgie.

 

Liturgie

In Kontekstueel[1] werd aandacht geschonken aan de liturgie. In dit nummer werd het woord “Godsdienstoefening” gebruikt. Dit is een wat verouderd woord en kom je niet veel meer tegen. Toch als je er over nadenkt is het een mooi woord. Op zondag vieren we de liturgie en dat betekent dat we ons oefenen in het dienen van God. We beginnen de dienst met votum. Daarmee belijden we dat we onze hulp verwachten van de Here onze Schepper en God antwoordt met de groet: Genade en Vrede. Vervolgens horen we de Wet/Geloofsbelijdenis. In de Wet mogen we horen dat we niet zonder onze Redder kunnen en vervolgens mogen we ons oefenen om die Wet na te leven uit dankbaarheid, omdat Christus deze Wet heeft volbracht. Als we ons geloof belijden worden we even boven ons zelf uitgetild. We oefenen ons in die grote woorden. Vervolgens bidden we om de opening van het Woord en luisteren we naar de stem van God wat Hij ons in Zijn Woord te zeggen heeft. Daarna horen we – via de stem van de predikant – de woorden die God voor ons bestemd heeft. Daarna mogen we God danken en voorbede doen. Ook is er het geven van onze gaven. Telkens wordt het afgewisseld met gemeentezang. We mogen als gemeente via het lied antwoord geven op de woorden die God tot ons spreekt. Tenslotte mogen we als gezegende mensen worden heen gezonden.
Op zondag mag je je oefenen om het van maandag tot en met zaterdag in praktijk te brengen.

Best mooi als je iedere dag mag beginnen met de belijdenis: we verwachten de hulp van onze God.

Best mooi als je iedere dag de groet: “Vrede en Genade” van God mag ontvangen.

Best mooi als je niet meer weet hoe het moet dat je dan je daden kunt toetsen aan de wet.

Best mooi als je ter verantwoording geroepen wordt dat je dan de geloofsbelijdenis bij de hand hebt. Best mooi als je God mag vragen zo maar tussen een paar vergaderingen door of Hij je wil helpen. Best mooi als je in de preek handvaten hebt gekregen die je door de week toe mag passen.

Best mooi als je God mag danken voor alle gaven en voor andere mensen mag bidden.

Best mooi als je je gaven in mag zetten voor een ander.

Best mooi als je anderen kunt helpen via een financiële bijdrage.

Best mooi als je als gezegend mens de wereld in mag gaan.

 

Gert van Meulen

[1] 31e jaargang/nr. 4/maart 2017