Bezinning in de lijdenstijd

Marcus 9: 33 En Hij kwam in Kapernaüm en toen Hij thuisgekomen was, vroeg Hij hun: Waarover had u het met elkaar onderweg?

Het is de vraag die Jezus aan zijn discipelen stelt als ze na een emotionele reis thuis zijn gekomen in Kapernaum. Ja, het was heel emotioneel geweest. Marcus verhaalt dat hun meester hen tot twee keer toe had uitgelegd dat Hij zou moeten lijden en sterven. Daarmee zette Hij een dikke streep door de hoge verwachtingen van Zijn leerlingen. Die mededelingen waren voor hen heel heftig. Wat ze ook verwacht hadden, dat niet. Deze boodschap sloeg in als een bom.

Zoals dat altijd gaat als een groep mensen met elkaar op pad is, hadden de discipelen natuurlijk op weg naar huis ook zo hun gesprekken gehad. Jezus heeft blijkbaar niet veel gezegd, vooral geluisterd. En ze laten praten.

Maar thuisgekomen vraagt hij:  ‘Waarover had u het met elkaar onderweg?’ En dan wordt het akelig stil. Niemand geeft antwoord. De discipelen staan met de mond vol tanden. Het schaamrood op de kaken. Want….. ze hadden niet over hun meester gepraat, over Zijn lijden en sterven (dat zou je toch mogen verwachten), maar een woordenwisseling gehad over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Haantjesgedrag noemen we dat tegenwoordig. En het was blijkbaar hoog opgelopen. De NBV vertaalt de vraag van Jezus nl. als ‘waarover waren jullie aan het redetwisten?’

Waarover gaan onze gesprekken? Thuis, tijdens de Bijbelstudie, op de kerkenraadsvergadering. Als Jezus het op de man af aan ons zou vragen, zouden we er ook beschaamd het zwijgen toe doen?

Of zouden wij openhartig kunnen antwoorden dat het er bij ons niet over ging wie de belangrijkste was. En dat het deze keer ook niet ging over die dingen waar we ons in de kerk soms zo geweldig druk over kunnen maken, je weet wel….. Voor ons misschien belangrijke dingen maar uiteindelijk toch, of je het wilt weten of niet, bijzaken.

Zouden wij uit de grond van ons hart kunnen zeggen: ‘het gaat ons om het ene nodige, het gaat om die Ene’?

Overigens is het antwoord van Jezus zeer verrassend. Je zou verwachten dat Hij zou zeggen: ‘Je mag de eerste niet zijn!‘ Maar Hij zegt juist: ‘Je mag de eerste zijn’.

Als je uit wilt blinken in het Koninkrijk van God, dan mag dat. Ga je gang! Maar dan uitblinken in oprechte nederigheid, dienstbaarheid, de minste willen zijn. Niet de ander de oren wassen maar de voeten, niet heersen maar dienen.

Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was.

Hij heeft Zichzelf ontledigd  door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf  vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood (Fil. 2: 5vv).