Blijf bij mij Heer


Maar zij drongen bij hem aan: ‘Blijf bij ons, want het wordt al avond. De dag is bijna om’ (Lukas 24:29).

Dit is een fragment uit het verhaal van de Emmaüsgangers dat ons de geschiedenis van twee discipelen van Jezus vertelt. De ene heet Klopas of Kleopas. De ander wordt niet met name genoemd. Vaak wordt aangenomen dat de ander ook wel een man geweest zal zijn. Dat beelden ook de vele schilderijen uit die over dit gedeelte zijn gemaakt. Raar eigenlijk. Waarom denken we bij twee leerlingen automatisch aan twee mannen? Kan die tweede niet minstens zo goed de vrouw van Kleopas zijn geweest? In het verhaal vormen ze echt een paar, met een gezamenlijke woning waar ze de gast uitnodigen. En de naam van de vrouw van Kleopas kennen we: Maria. Zij was een van de ooggetuigen bij het kruis en was dus in deze dagen bij de kring van de leerlingen.

Deze twee discipelen van Jezus hadden de vrouwen aangehoord die opgetogen verteld hadden dat zij de opgestane Jezus hadden gezien. Zij kunnen het echter niet geloven en keren teleurgesteld terug uit Jeruzalem. Onderweg ontmoeten ze de Opgestane zonder dat ze die herkennen. Hij zet hun hart in vuur en vlam. En dan komen ze al pratend aan in Emmaüs. En Jezus deed alsof Hij verder zou gaan. Want, nee, iets forceren, zichzelf opdringen, ligt niet in Zijn aard. Maar door Zijn woord had Hij hen zo diep in het hart geraakt, dat ze hem niet meer willen missen. Taal hadden ze gehoord die alles anders maakt. Taal die verhelderde. Taal die hen verwarmde. Met die Vreemdeling waren ze woord voor woord, stap voor stap, dichter bij het geheim gekomen. En hem dan nu laten gaan? Nee, ‘ze drongen sterk bij Hem aan’, of beter vertaald ‘ze drongen met geweld bij Hem aan’. Alsof hun leven ervan afhing.

Schilderij ‘De Emmaüsgangers’ van Fra Bartolommeo (1473-1517)

Er is een mooi schilderij over dit tafereel bekend van Fra Bartolommeo die leefde van 1473-1517. Hij was een Italiaanse kunstenaar-monnik. Hij heeft dit moment van ‘Blijf bij ons’ geschilderd. Op het schilderij kijkt een van de twee Emmaüsgangers de Vreemdeling indringend aan en pakt diens hand en staf in een stevige handgreep. Hij wil Hem hoe dan ook vasthouden. ‘Blijf bij ons want de avond is nabij’.

Ds. Henry Francis Lyte leefde van 1793 – 1847. Hij was predikant in Engeland en heeft veel mooie kerkliederen gedicht. In 1847 werd bij hem tuberculose geconstateerd. Daarom hield hij op 4 september 1847 een afscheidspreek. Die preek ging over deze tekst ‘Blijf bij ons want het is avond’. Onderweg naar huis groeit er een lied in zijn hart en thuisgekomen schrijft hij het op. Twee maanden later sterft hij. Zijn dochter vindt het manuscript. Het wordt gedrukt. De eerste druk is in steen, zijn grafsteen: ‘Abide with Me’: Blijf met mij Heer.

1. Blijf bij mij, Heer, want d’ avond is nabij.
De dag verduistert, Here, blijf bij mij!
Als and’re hulp m’ ontbreekt, geluk m’ ontvliedt,
der hulpelozen hulp, verlaat mij niet!

4. Geen vijand vrees ik, als Gij bij mij zijt,
tranen en leed zijn zonder bitterheid.
Waar is, o dood, uw schrik, graf, waar uw eer?
Meer dan verwinnaar blijf ik in de Heer.

De woorden van dit lied hebben duizenden, misschien wel miljoenen troost en kracht gegeven in de crisis van hun leven. Zieken en stervenden hebben er moed uit geput; op slagvelden, in ziekenhuizen en op begrafenissen is het steeds weer door ontelbare mensen op de lippen genomen.
Hoe komt het dat dit lied zo onsterfelijk is geworden? Omdat het geboren is uit de nood in een authentiek geloof. Omdat het antwoord van de Opgestane erin besloten is: Ik ben met je al de dagen.

Arie Harteveld