De vervolgde kerk

In volle vrijheid mogen wij in Nederland belijden dat Jezus onze Here is. Van die vrijheid is in heel veel landen op deze wereld geen sprake. Wie daar uitkomt voor zijn geloof wacht gevangenschap, marteling, en soms de dood.

Filippenzen 2:10
‘…en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Here is, tot heerlijkheid van God de Vader.’

In Filippenzen 2 citeert Paulus een hymne die gezongen werd door de eerste christenen. Het is een van de allereerst opwekkingsliederen uit de geschiedenis van de kerk. Het lied mondt uit in de allereerste geloofsbelijdenis: ‘Jezus is Here’. Dat zongen dus de eerste christenen en Paulus stemt er volledig mee in: ‘Jezus is Here’.

Voor ons is dat heel gewoon. We mogen dat in volle vrijheid en uit volle borst doen. En voor we het weten, zingen we het klakkeloos. We komen er niet voor in de gevangenis en krijgen er al helemaal niet de doodstraf voor. In de tijd dat Paulus deze brief schrijft, ligt dat wel even anders. ‘Jezus is Heer’, dat is zoveel als majesteitsschennis, landverraad. ‘De keizer is heer’, was de kreet en met die woorden zwoeren soldaten hun trouw aan volk en vaderland en waren ze onvoorwaardelijk gehoorzaam aan de keizer, zo goed als zijn persoonlijk eigendom. Om het nog scherper te stellen, moeten we bedenken dat Filippi een garnizoensstad was. Er woonden dus soldaten. Bovendien was het een kolonie. Er woonden ook veteranen die na hun afzwaaien een stukje grond als beloning hadden gekregen, een veilige toekomst, een waardevast pensioen. ‘De keizer is heer’, wij zijn van de keizer en met ons zit het wel snor.

En in dat strak geleide imperium waar alles vastligt, waar alles van bovenaf bepaald wordt, waar ze van bovenaf bepalen wat goed is voor iedereen, waar de keizer bovenaan de piramide moet staan en als God vereerd wordt, in dat land begint ergens een groepje mensen een ander lied te zingen. ‘Jezus is Heer’, wij zijn niet van de keizer, wij zijn van Jezus. In de context van die tijd een zeer gewaagd lied. Dat voel je wel aan!
Met recht hebben al die keizers, koningen en hotemetoten een bedreiging gezien in al die kleine clubjes die opstonden en zeiden: ‘Jezus is Heer’. ‘Wij zijn niet van de keizer, wij zijn van Jezus’.

Op heel veel plaatsen in deze wereld is het vandaag de dag voor gelovigen nog steeds letterlijk levensgevaarlijk om deze belijdenis op de lippen te nemen. Ze kunnen er door in de gevangenis komen, gemarteld worden, soms gedood.Op de site van Open Doors staat een wereldkaart met daarop aangegeven in welke landen christenen worden vervolgd. Aangrijpend om te zien hoeveel landen dat zijn!

Wij mogen elke dag meeleven met en vooral bidden voor al die miljoenen gelovigen over heel de wereld die niet in vrijheid mogen belijden dat Jezus hun Here is. Maar het is ook goed om ons zelf af te vragen hoe diep die belijdenis bij ons zit. Durven wij ook hardop te belijden dat we Jezus toebehoren als het mes op onze keel wordt gezet. Of vinden wij, zoals Anne van der Bijl dat een aantal jaren geleden uitsprak: een comfortabel leven eigenlijk belangrijker?