Hoe ervaren gemeenteleden de coronacrisis?

We leven in een aparte, onzekere tijd. Menig mens kan zich niet herinneren dat de kerken ooit gesloten zijn. Toch gaat de kerk wel door, alleen dan online. Dit is voor velen wennen en gemeenteleden missen het samenkomen. Toch mogen we weten dat God ook in deze tijd nabij is. Voor dit (extra lange) artikel zijn verschillende gemeenteleden, uit verschillende leeftijdsgroepen, en dominee David Ten Voorde geïnterviewd hoe zij deze ‘coronatijd’ ervaren. Wat missen ze? Waar lopen ze tegen aan? Hebben ze tips voor anderen die het samenzijn ook missen? Lees het hier.

1. Simon (52) & Elsbeth (48)

Wat is er voor jullie veranderd sinds de maatregelen omtrent de coronacrisis?
Simon:
Wat mijn werk betreft, dan heb ik er niet zoveel last van.
Elsbeth: Maar ik ben wel thuis.
Simon: Ja Elsbeth is wel thuis. Die werkt in een hotel en die is dicht. Dus eigenlijk, ja, ik heb er weinig last van, maar Elsbeth kan gewoon niet naar haar werk. Maar het is niet dat je je verveelt, toch?
Elsbeth: Nee, ik verveel me niet, maar je mist wel echt de gezelligheid. Een praatje, het contact met mijn collega’s. En onze kinderen zitten natuurlijk thuis, omdat de scholen zijn gesloten. Dat is ook wel een verandering.

Is iemand in jullie omgeving besmet met het virus?
Elsbeth:
Nee, niemand heeft een besmetting gehad. Een nichtje van ons heeft wel twee weken in quarantaine gezeten, omdat ze in contact was geweest met iemand die het virus had.
Simon: Ja, zij werkt ook in de gehandicaptenzorg. Maar dat is wel de enige ervaring die wij in onze familie hebben.
Elsbeth: En onze kinderen hebben wel op hun stage te maken gehad met collega’s die besmet zijn, maar zij zijn zelf niet in contact geweest met hen.

Wat dachten jullie toen jullie hoorden dat de kerken moesten sluiten?
Simon:
Nou, ik had niet verwacht dat het zo lang zou duren. Ik had niet in de gaten dat het virus zo erg was. Ik dacht dat het een paar weken zou duren. Op zondag luister je wel gewoon naar de kerkdienst, maar je mist wel het contact met mensen.
Elsbeth: Je kon je gewoon niet voorstellen dat er geen kerk was, omdat er je hele leven iedere zondag kerk is. Je weet gewoon niet anders dan dat er kerk is. En in het begin heb je niet door dat de impact van het virus zo groot is, dat zelfs de kerken dicht moeten.
Simon: Maar je mist wel het samen zijn. Het samen zingen. Het gemeente zijn. Je bent gewoon gewend dat je op zondag naar de kerk gaat. En als je nu om 9:29 inschakelt, dan ben je ook op tijd, snap je? Dat wij-gevoel, het gemeentegevoel, dat mis ik.

En zie je nu ook bepaalde initiatieven die dat wij-gevoel in stand houden?
Elsbeth:
Ja, vandaag kregen we een kaartje van de Kapel. Ja, dat doet je best wel goed. Ik denk vooral als je ouder bent of een zwakkere gezondheid hebt, dat je dan misschien meer het gevoel krijgt van het gemeente zijn als je een kaartje of een bloemetje ontvangt.  
Simon: Ik heb wel het gevoel dat mensen meer naar elkaar omkijken. Dat mensen meer aan elkaar denken en meer voor elkaar over hebben, meer voor elkaar doen. Dat zie je op televisie, maar dat is bij ons ook wel zo denk ik.
Elsbeth: Ik had me nog opgegeven als vrijwilliger bij een initiatief in Hulshorst, als je een keer voor iemand wilde koken of boodschappen doen. Maar daar heb ik ook nog niks van gehoord. Ik denk dat het onder elkaar allemaal wel goed geregeld is, dat iedereen wel goed voor elkaar zorgt.
Simon: Ik denk toch in zo’n dorp als Hulshorst, dat je toch meer naar elkaar omkijkt dan in een stad. Dat is er altijd al geweest, ook voor corona. Je houdt elkaar wel in de gaten. Daar zitten natuurlijk ook mindere kanten aan, iedereen weet wel veel van elkaar, maar als je iemand drie zondagen achter elkaar mist in de kerk, dan ga je wel vragen of er iets is. Dat is toch wel een beetje die sociale controle die wij hebben in de gemeente. Je leeft met elkaar mee en je weet wat er aan de hand is.

Wat zouden jullie mensen willen meegeven die het samenkomen op zondag ook erg missen?
Simon:
Uhm, je zou diensten terug kunnen gaan kijken. Je kan natuurlijk alle kerkdiensten terug kijken.
Elsbeth: Wij hebben afgelopen zondag een kerkdienst gekeken via RTV Nunspeet, dat was kerk ‘De Brug’ met dominee de Groot. Die waren op technisch gebied volgens mij verder dan dat ze bij ons zijn. Ze projecteerden veel op de beamer: liederen, de schriftlezing en ook allerlei plaatjes en foto’s. Dan kan je toch iets meer je gedachten erbij houden dan dat je alleen zit te luisteren vind ik.
Simon: We hadden eigenlijk de Sionskerk verwacht op die zender, dus het was een beetje per ongeluk, maar we waren positief verrast. En dat is misschien ook wel een positief punt, dat je ook eens een andere kerk ziet. Je schakelt in en dan ben je toch nieuwsgierig. Ja, dat is wel iets positiefs, dat je via internet of televisie toch bij een andere kerk terecht komt, wat ook wel aanspreekt. Ik denk niet dat wij anders snel naar een andere kerk zou gaan, omdat je bent wel gewend om gewoon naar je eigen kerk te gaan. Maar ja, nu heb je toch andere keuzes. Soms kom je dan toevallig bij een dienst terecht die je niet van tevoren bedacht had. En dat beviel ook wel goed.
Elsbeth: Ja, ze maakten een filmpje bij mensen uit de gemeente. En dan lieten ze zien wat ze thuis met de kinderen deden, wat ze op zondag deden en wat ze doordeweeks deden, huiswerk maken, dat soort dingen. Heel creatief ja.
Simon: Het is nu niet dat we gelijk volgende week naar een andere kerk gaan, maar op deze manier kun je andere dingen zien en het laat wel zien dat het ook anders kan. Dat vind ik wel iets positiefs.  
Elsbeth: We willen in ieder geval iedereen veel geduld, gezondheid en sterkte toewensen in deze moeilijke tijd.

2. Dominee David ten Voorde

Wat ging er door je heen toen je hoorde dat de kerken moesten sluiten vanwege het coronavirus?
Eén van mijn eerste gedachten was dat het kerkgebouw ‘maar’ een gebouw is. Het is het gebouw van de kerk. De kerk is ten diepste niet een gebouw, maar een groep mensen die samen een geloofsgemeenschap vormt. De apostel Petrus schrijft dat we samen als levende stenen gebruikt worden voor de bouw van een geestelijk huis. Ook met weinig gebruik van ons kerkgebouw kunnen we ons geloof nog steeds handen en voeten geven. Daarnaast moest ik ook denken aan de tekst uit Mattheüs 18:20: ‘Waar twee of drie in Mijn Naam samenkomen, daar ben Ik in hun midden’. En dat kan ook aan de telefoon. Volgens sommigen is dat geen samenkomen, maar het is ook ‘een’ manier om elkaar te ontmoeten. Ik bad al wel vaker met mensen aan de telefoon, ook voor de coronacrisis. Met name een aantal oudere mensen moesten daar even aan wennen. Maar nu zal bidden via de telefoon waarschijnlijk normaler gaan worden.

Aan de andere kant is er ook een natuurlijke behoefte van mensen om samen te komen. Het is heel bijzonder om bij jezelf en anderen te merken dat er een verlangen is om elkaar te zien en samen God te ontmoeten. Dat we dit missen, verrast me positief. We zijn naar Gods beeld en gelijkenis geschapen. Dat betekent dat we relationele wezens zijn en er niet van houden om eenzaam te zijn. De gemeentelijke samenkomst is belangrijker dan we denken. Ik hoop en bid er een geestelijke verdieping zal plaatsvinden of zal zijn als we straks weer samen kunnen komen. Een dieper verlangen God en naar elkaar als gemeente. De tabernakel wordt in de Bijbel ook de tent van de samenkomst en tent van de ontmoeting genoemd. Zo zijn we als geestelijke familie of huisgezin van God ook bedoeld.

Hoe is je beroep veranderd in de afgelopen tijd?
Ik ga in principe niet meer op huisbezoek. Voorafgaand aan een rouwdienst heb ik nog wel een gesprek thuis bij de nabestaanden. Uiteraard mits de mensen geen klachten hebben en we op 1,5 meter afstand blijven. Maar de ‘normale’ huisbezoeken gaan nu allemaal telefonisch. Je kan dan niet een bemoedigende schouderklop of een gepaste handdruk geven of iemand de handen opleggen tijdens het bidden. Maar gelukkig is God is wél nabij en kan en wil Hij even krachtig werken in onze levens als voorheen. We zijn daarnaast begonnen met de video-serie ‘Harten vol Hoop’. Op die manier hopen we elkaar als gemeente ook digitaal te bemoedigen, naast de online kerkdiensten. De kerkelijke vergaderingen en de belijdeniskring gaan via Zoom of Skype. Verder zijn er ook nog twee huwelijksinzegeningen. Na afloop van het burgerlijk huwelijk hebben we kleine samenkomst van ongeveer een half uur. We zingen dan een lied, lezen het huwelijksformulier en bijbehorende geloftes, vragen en antwoorden, en bidden tenslotte een zegen over het pasgetrouwde echtpaar met een handoplegging op afstand. Ja, ik mis die nabijheid wel. Maar Gods rijke zegen blijft dezelfde werking hebben.

Wat vind je mooie initiatieven die nu ontstaan door de crisis?
Bij ons in de wijk zijn we een behoorlijke groep ouderen gaan bellen. Dat werd eigenlijk door iedereen wel gewaardeerd, ook al waren sommigen wat minder betrokken bij de gemeente. De nationale en lokale initiatieven waarbij mensen elkaar meer gaan helpen, zijn ook heel bemoedigend om te zien. De samenhorigheid en het omzien naar elkaar is goud waard. Aan de andere kant kunnen er juist ook nieuwe probleemsituaties of extra onderlinge wrijving ontstaan. Als ik naar andere gezinnen en ook ons gezin kijk, is het ook gewoon druk en veel. We werken allebei thuis, we begeleiden de kinderen thuis bij hun schoolwerk en de jongste van bijna vier speelt er regelmatig vrolijk doorheen. Toch is het ook kostbaar dat je meer tijd kan (en moet) spenderen met elkaar. Ik weet dat het niet in alle gezinnen pais en vree is. Hier thuis botsen de kinderen ook met elkaar, naast de vele momenten dat ze ook leuk met elkaar spelen. Omdat je meer tijd met elkaar door brengt, loop je soms sneller tegen je eigen tekortkomingen en onvolmaaktheden aan. Dat is niet altijd even leuk. De positieve kant hieraan is echter dat ook weer nieuwe heiligingsmomenten naar voren brengt. Je loopt tegen jezelf aan: hoe doe ik nou bepaalde dingen? Het biedt ook weer kansen om te groeien en meer op Jezus te gaan lijken. Naast de drukte in de gezinnen, worden we ook stilgezet om na te denken waar het nu ten diepste om gaat. Deze crisis mag ook een tijd van heiliging zijn, waarin we onszelf opnieuw toewijden aan en richten op Gods Koninkrijk en alles wat daarbij hoort.

Wat zou je mensen willen meegeven die moeite hebben met het gemis van de fysieke kerkdiensten?
Wees creatief. Durf buiten de ‘box’ te denken. Ik was laatst aan het fietsen en toen kwam ik twee mensen uit onze gemeente tegen die een gebedswandeling hadden georganiseerd. Daar zouden ze 10 anderen opwachten en toen zijn ze in teams van 2 personen, met 1,5 meter afstand, gaan wandelen in het bos en gaan bidden. Dat is heel creatief, ‘out-of-the-box’-denken. Je ziet elkaar ook even en je praat en bidt met elkaar.

Naast het bidden met elkaar is er ook nog ons individueel geloofsleven. Wat kan je doen als je even niemand kan bereiken, maar je wel worstelt met een bepaald probleem? Dan is er nog één Iemand waar je altijd naar toe kan en dat is God Zelf. We mogen net als David, onszelf sterken in de Here (1 Samuël 30:6). De stad Ziklag was afgebrand en de vrouwen en kinderen waren ontvoerd. De kameraden van David waren boos op hem en wilden hem stenigen. Toen sterkte hij zich in de Here. David ging gewoon in z’n eentje naar God. En dat deed hij met muziek, dus je kan bijvoorbeeld aanbiddingsmuziek aan zetten om Gods aangezicht te zoeken. Ons geloofsleven speelt zich publiekelijk af in de groep én privé, in persoonlijke en verborgen omgang met God. Als we dagelijks onze geestelijke wortels in Gods waterstromen onderdompelen, dan zullen we zijn als een ‘boom geplant aan waterstromen’ (Psalm 1:3). Het maakt ten diepste niet uit of we dit ’s ochtends, ’s middags of ’s avonds doen. Isaac ging bijvoorbeeld ’s avonds het veld in om te overpeinzen en David zong tijdens het morgenrood. Zorg dat je dagelijks ‘drinkt’ uit Gods Woord en uit Zijn Geest.

3. Bram (80) & Marie (77)

In wat voor opzichten is jullie leven veranderd nu tijdens de coronacrisis?
Marie:
Ja, je moet erg opletten. Voor deze tijd ging alles vanzelf. Nu moet je echt wel nadenken wat je doet en hoe je dat doet.
Bram: Waar ik veel rekening mee houd is dat ik niet zo snel met de fiets van huis ga, om naar iemand toe te gaan. Dat deed ik nog wel graag. Maar verder, daar heb ik het Marie ook wel vaak over, we moeten wel nadenken, maar we leven hier in een ruime omgeving. Ik kan er wel mee leven. Maar ik moet er echt niet aan denken om altijd maar in een kamer te moeten blijven. Ik doe veel klusjes in en rondom het huis. Ik houd er wel van om mezelf bezig te houden. En we vallen natuurlijk in de risicogroep, dus we zijn wel extra voorzichtig. Ik moet zeggen, je moet er ook wel aan wennen. Het afstand houden en het extra vaak je handen wassen. Dat laatste vergeet ik nog wel eens. Pas ging ik even naar de fietsenmaker en de medewerkers daar droegen handschoenen. Dan besef je je wel ineens dat het virus toch wel echt krachtig is. 
Marie: We zijn nog wel veel in beweging. We fietsen en wandelen veel. In het bos komen we ook weinig mensen tegen en de mensen die we tegenkomen houden voldoende afstand. En het weer zit natuurlijk de laatste tijd ook ontzettend mee. En verder lees ik veel. De bibliotheek zit dicht, dus ik kan geen nieuwe boeken meer halen, dus nu lees ik de boeken die al lange tijd in mijn boekenkast staan. Daar weet ik niet meer zoveel van, dus dat is wel leuk om weer een keer te lezen.  

Wat vonden jullie ervan dat de kerken moesten sluiten?
Marie:
Dat hadden we nog nooit meegemaakt. In het begin heb je niet door dat het virus zo sterk is, dat zelfs de kerken moeten sluiten. Ik mis wel het sociale contact. In de kerk klets je voor en na de dienst nog wel met mensen en die zie je nu helemaal niet meer. Dat is wel jammer, dat je de mensen uit de gemeente niet meer kan zien.
Bram: Ja, dat vind ik ook. Dit hebben we inderdaad nog nooit meegemaakt. Wij hebben de oorlog nog meegemaakt, niet dat we ons daar veel van kunnen herinneren, maar zelfs toen ging de kerk gewoon door. Dus dit is wel erg apart. En ik mis inderdaad ook de sociale contacten. Bijvoorbeeld na de kerkdienst, wanneer iedereen zijn jas pakt in de garderobe. Dan maak je toch wel vaak een praatje. En het koffie drinken na de kerk, dat is ook altijd gezellig, praat je ook weer eens met andere mensen. En we zijn ook niet zo technisch hè. In het begin ging het nog wel eens mis als we een dienst wilden kijken via kerkomroep. Dan liep hij vast of konden we het niet goed vinden.
Marie: Nu kijken we vaak een dienst via YouTube, dat werk wel heel goed. In het begin wisten we nog niet hoe dat werkte, maar nu wel, en dat gaat eigenlijk heel erg goed.

Zijn er ook dingen die jullie mooi vinden om te zien in deze tijd?
Bram:
Nou we bellen wel veel meer. Dat deden we eerst niet zo vaak, dan ging je sneller naar iemand toe. We zitten niet zoals veel jongeren veel op onze telefoon. Maar nu wel veel meer. Zo blijf je toch in contact met mensen.
Marie: En we hebben pas een kaartje gehad van de Kapel. Met een mooie tekst. Dat vond ik wel mooi ja.
Bram: Ja en toch hoop ik wel dat mensen meer tot bezinning mogen komen. Dus mogen weten dat we afhankelijk zijn van God. Nu is het moment dat veel mensen worden stilgezet en ik hoop het mensen aan het denken mag zetten. Want je ziet het, al die wereldleiders weten ook niet zo goed wat ze er mee aan moeten. Je merkt wel dat je echt machteloos bent in deze situatie.

Doen jullie nu nog dingen anders qua geloof dan voor de coronacrisis?
Bram:
Nou, niet echt eigenlijk. We kijken wel wat vaker een dienst terug. Dat doen we wel meer dan voordat de kerken gesloten zijn. Maar ik moet heel eerlijk zeggen, het is niet dat we nu meer uit de Bijbel lezen. We lezen dagelijks een stuk tijdens het eten, maar het is niet dat ik nu meer lees in de Bijbel lees dan hiervoor. Ik denk wel meer na over het geloof, dat wel.   

4. Maureen (22)

Wat is er voor jou het meest veranderd sinds de corona crisis?
Het constant bezig zijn met denken over wat wel en niet kan. En het stilstaan bij jezelf, dus constant reflecteren wat je wel en niet mag doen, met wie je wel mag afspreken en met wie niet, en het vergelijken met wat andere mensen doen. Dat eigenlijk. Vooral dat denken. En dat kost mij wel veel energie. De dingen die normaal vanzelfsprekend zijn, daar moet je nu bij nadenken. En iedereen heeft weer een andere mening. Dus dan probeer je moreel het goede te doen en daarbij rekening te houden met de ander.

Wat vind je het moeilijkst daarin?
Ik vind het moeilijk om mijn eigen mening erin te vormen. Wat goed is om te doen, maar waarbij je het ook volhoudt voor jezelf. Ik kijk vooral naar de mogelijkheden. Je moet gewoon een beetje creatief zijn. Dus ik probeer zo creatief mogelijk te zijn met de dingen die wel kunnen.

En welke creatieve dingen heb je al bedacht?
Ik koop echt de meest gekke dingen in de supermarkt, omdat ik probeer maar een keer in de week boodschappen te doen. Ik kook ook de laatste tijd super uitgebreid. Ik eet dingen die ik normaal gesproken niet zou eten. Daarin ben ik wel creatief geworden ja.

Wat dacht jij toen je hoorde dat de kerken dicht moesten?
Het eerste wat ik dacht was dat we wel iets zouden moeten kunnen verzinnen, zodat we in deze tijd een gemeente kunnen zijn. Normaal in gekke situaties kom je juist als kerk bij elkaar. En dan vind je hoop bij elkaar. Ik wilde niet dat ieder voor zich deze coronacrisis zou gaan dragen, maar dat we als gemeente ons verbonden mochten voelen en elkaar zouden steunen. Dat was het eerste wat ik dacht. Dus ik dacht gelijk: Wat kunnen we doen? Er werden gelukkig al snel dingen georganiseerd, dus dat vond ik wel top. De kerkdiensten gingen natuurlijk gewoon online verder. En er werden ook gelijk initiatieven opgericht waarin mensen hulp aanboden. En aan de andere kant kwam ik er ook wel achter dat je weinig kon doen.

Het gevoel van gemeente zijn kwam denk ik vooral doordat er veel naastenliefde  ‘opsprong’. En dan moet ik vooral denken aan berichtjes waarin wordt gevraagd of je hulp nodig hebt. Via Facebook zag ik ook dat veel mensen die hun hulp aanboden. Het heeft dus misschien niet zoveel te maken met ‘de kerk’, maar wel met de naastenliefde. En dat iedereen zoveel liefde heeft, dat we het met elkaar willen doen. Dat viel me gelijk op. Niemand wil ‘ieder voor zich’. Iedereen wil elkaar wel helpen. En daar was ik in eerste instantie het meest bang voor, dat iedereen zich in zijn huis zou opsluiten en dat er niet meer naar elkaar werd omgekeken. Maar het tegenovergestelde is gebeurd en dat vind ik erg mooi om te zien.

Wat vind je mooie initiatieven die ontstaan?
Ik vind het mooi dat iedereen zegt: Als je hulp nodig hebt, dan wil ik je helpen. Zoals boodschappen doen of de hond uitlaten. In hoeverre dat kan zonder contact te hebben. En wat ik ook ontzettend leuk vind om te zien, is het videobellen met opa’s en oma’s. En dat er bijvoorbeeld muziek wordt gemaakt voor de oudere mensen. Dat er vreugde in de dag wordt gebracht. Er werden hiervoor bijna nooit meer kaartjes gestuurd en nu ziet iedereen eigenlijk hoe leuk dat is.

Het je nog tips voor mensen die het gemeente-gevoel ook erg missen?
Dat vind ik wel lastig, omdat er gewoon geen kerkdiensten zijn en er voorlopig ook nog niet zullen zijn. Het liefst zou ik zeggen, laten we met een aantal mensen, met veel afstand, met elkaar gaan zingen. Maar ik weet niet of dat kan. En anders gewoon doorgaan met de manier hoe we nu al bezig zijn, zoals het videobellen. Misschien in plaats van running dinner, running videobellen. En er zijn nu zoveel mensen die thuis zitten en tijd hebben. Ik heb al echt met meerdere mensen gevideobeld, die ik normaal alleen app. Dus je kan nu juist mensen spreken die normaal te druk zijn of je normaal niet zo snel zou spreken. Want iedereen is nu vol liefde en iedereen heeft behoefte aan contact, denk ik. En als je ergens behoefte aan hebt, dan hoop ik dat je de moed mag voelen om het te delen. Er zijn namelijk zó veel mensen die iets willen doen. Dus als mensen zich eenzaam voelen, dat ze de moed mogen hebben om dit te delen. Er is namelijk zo iemand die je even belt, denk ik.