Op reis

Op reis, wie wil dat nu niet? Menigeen gaat in de vakantietijd op reis. De één gaat een wereldreis maken en een ander zoekt ontspanning dichter bij huis en een derde ervaart thuisblijven al als vakantie. Vakantiereizen hebben naast ontspanning ook andere doelen zoals het bekijken van natuur en cultuur en dergelijke. Vluchtelingen zijn ook op reis. Hun doel is om te ontsnappen aan bedreigingen van onder andere oorlog, honger of geloofsvervolging. Ook zij zullen in hun nieuwe woonomgeving veel nieuwe en andere dingen zien en beleven. De hunkering naar het vaderland, hun eigen haard en huis, zal hen in de meeste gevallen echter blijven achtervolgen.

Een reis wordt, afhankelijk van de omstandigheden, veelal goed voorbereid. Je wilt immers de van tevoren bedachte doelen bereiken. Naast de eerder gestelde doelen zullen we tijdens onze reizen ook mensen ontmoeten die we nog nooit hebben gezien. Waarschijnlijk horen we verhalen waarvan we het bestaan niet wisten of zelfs niet van tevoren konden bedenken. Al met al is reizen veelal een enerverende belevenis.

Zo ook met de reis die Jezus maakte van zijn geboorteplaats Nazareth naar Jeruzalem, de plek waar zijn leven hier op aarde aan het einde zou komen, een levensreis eigenlijk. Nee, het was bepaald geen vakantiereis. Samen ging Hij met zijn gezelschap lopend op weg, een afstand van pakweg 140 kilometer.

In een Samaritaans dorpje wilde men overnachten. De bewoners van dit dorp waren hier echter niet van gediend. Jezus en zijn gezelschap moesten maar om Samaria heen reizen. Enkele leden van zijn gezelschap pikten dit niet en vroegen zich af of ze geen bliksem en vuur van de hemel konden laten komen om die ongastvrije Samaritanen een lesje te leren. Je kunt je afvragen of het lontje van deze lieden niet aan de korte kant is. Het lijkt wel op de situatie van vandaag, ook nu worden mensen om het minste of geringste om het leven gebracht.

Veronderstel dat aan ons de vraag zou worden gesteld of Jezus bij ons welkom is. Zou Hij in alle gevallen over onze schouder mee mogen kijken als we op internet surfen, onze jaarlijkse belastingplicht vervullen of welke andere activiteit we ook maar ondernemen? 

Na de afwijzing van de Samaritanen ontmoette het gezelschap iemand die met Jezus mee wilde reizen. Hij vertelde dat hij Jezus wilde volgen, een mooi voornemen toch? Jezus lichtte een tipje van de sluier op over de verwachtingen van zijn geplande reis. Hij vertelde dat de ervaring met de Samaritanen eigenlijk kenmerkend was voor zijn levensreis. De dieren hebben het nog beter, zij hebben een nest of een hol maar als je mij volgt moet je leren dat je de “eigen haard” moet ontberen.

Gastvrij als Jezus was, nodigde hij twee anderen om Hem te volgen. Echter zij wilden wel, maar alleen nu nog niet, althans die indruk wordt gewekt. Ze hadden goede argumenten, de één was waarschijnlijk mantelzorger voor zijn of haar vader. Bij de ander speelde de relatie met de familie en of vrienden zo’n belangrijke rol dat het volgen van Jezus op korte termijn niet mogelijk leek. Eigenlijk zijn hun argumenten heel menselijk, maar toch lijken ze op gespannen voet te staan met het in volle overgave volgen van Jezus.

Jezus reageert door hen erop te wijzen dat hetgeen je bindt aan het tijdelijke, het hier en nu, een onoverkomelijke belemmering is om Hem te volgen. Het loslaten van dat wat je het liefste is, vraagt zelfverloochening. Aan de andere kant hoeven we niet bezorgd te zijn over het uiteindelijke welzijn van hen die ons lief zijn. Want ook voor hen geldt dat loslaten de enige mogelijkheid is om Jezus te volgen. In het besef dat wat God doet, welgedaan is en dat zijn hand ons en ook die van hen die ons lief zijn veilig leidt, mogen ook wij onze reis voortzetten van onze geboorteplaats naar het nieuwe Jeruzalem.