Opdat wij niet vergeten


Herdenken, verootmoedigen, schuldbelijden
2020 is vooraf getypeerd als jubileumjaar: 75 jaar geleden werd ons land bevrijd van de bezetter. Dit heugelijke feit mag worden gevierd; er waren dan ook vele festiviteiten voorbereid. Daarnaast is het tevens een jaar van herdenken. Dat zouden we met name doen in de maanden april en mei: “opdat wij niet vergeten” de vele oorlogsslachtoffers en -helden. Helaas moesten de meeste herdenkingen worden uitgesteld (tot a.s. najaar?) of geannuleerd. Eén van deze herdenkingen in ons dorp vindt de laatste jaren plaats bij de gedenksteen aan de Hullerweg. Deze houdt de herinnering levend aan het dwangarbeiderskamp “De Bruine Enk”. Op 3 oktober 1942 werden ca. 60 Joodse mannen weggevoerd naar Westerbork om vervolgens op transport te worden gezet naar één van de vernietigingsoorden van de nazi’s. Dit transport was één van de vele die vanuit ons land hebben plaatsgevonden, met als ‘resultaat’ de moord op meer dan 100.000 Joden. Dit grote aantal – dat Europabreed opliep tot 6 miljoen! – mag ons wel
brengen tot verootmoediging. Ook wij, Nederlanders hebben het laten gebeuren en het is goed en nodig onze collectieve schuld te bekennen tegenover de HEERE en Zijn volk. Dit najaar, op de avond van de hiervoor genoemde dag van transport (3 oktober) willen wij daarom een interkerkelijke bijeenkomst houden in de Hervormde Dorpskerk, een avond van informatie, herdenken, verootmoediging, gebed en belijden van schuld. De tekst onder de titel “Opdat wij niet vergeten” is bedoeld als voorbereidende informatie hierop. Nadere mededelingen volgen.

Opdat wij niet vergeten
Op verschillende plaatsen in ons dorp stonden borden met als titel “Nunspeet herdenkt” met daarop foto’s uit de oorlogstijd en ook de hierboven geplaatste zin. 75 jaar bevrijding krijgt in ons land – en dus ook in de Gemeente Nunspeet – extra aandacht, en dat is goed en nodig, zeker omdat het grootste deel van onze dorpsgenoten W.O. II niet heeft meegemaakt. [Het is dan ook bijzonder jammer, dat dit jaar herdenkingen vanwege coronamaatregelen moesten worden uitgesteld, dan wel versoberd]

Vrijheid en vrede lijken vanzelfsprekend, maar zijn dat allerminst. De dagelijkse berichtgeving maakt ons dat telkens op niet mis te verstane manier duidelijk. Eén van de wezenlijke onderdelen is de herdenking van de vele oorlogsslachtoffers op de 4e mei. Deze vindt in onze gemeente onder meer plaats aan de Plaggeweg in Vierhouten, waar zich een monument bevindt ter herinnering aan 8 Joodse slachtoffers uit ‘het verscholen dorp’.

Ook wordt in oktober sinds 2017 een bijeenkomst gehouden bij de gedenksteen, die is geplaatst in de nabijheid van de kruising van Hullerweg en Waterweg (de ingang van “Het korps levende have” van de politie). Hierop is als indringend opschrift te lezen: “Wie een Joodse ziel verwondt slaat de oogappel van de Eeuwige”.
‘Opdat wij niet vergeten’: het werkkamp “De Bruine Enk”, dat daar in de beginjaren van W.O II heeft gestaan. Op 3 oktober 1942 (Yom Kipoer!) werden hiervandaan zo’n 60 Joodse dwangarbeiders, samen met velen uit andere werkkampen, afgevoerd naar Westerbork om vervolgens te worden getransporteerd naar één van de vernietigingsoorden. Deze gedenksteen werd toen onthuld door burgemeester Breunis van de Weerd, samen met opperrabbijn Binyomin Jacobs. In zijn toespraak merkte de laatste op, dat hij het zeer waardeerde, dat dit gedenkteken daar nu is geplaatst, maar dat het toch wel erg lang heeft geduurd (75 jaar!) voordat daar van is gekomen. Blijkbaar is een dergelijke afstand in de tijd nodig om open en duidelijk excuses uit te spreken richting de Joodse gemeenschap in ons land : ze kwamen zowel van de koning , van de premier als van de NS!
Herdenkingen als deze roepen onwillekeurig gedachten op aan het onvoorstelbaar grote aantal Joden, dat tijdens de oorlog ter dood is gebracht: 6 miljoen! Vanuit Nederland zijn ongeveer 107.000 Joden via Westerbork weggevoerd naar de vernietigingskampen in o.a. Duitsland en Polen; slechts ruim 5.000 hebben deze overleefd. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

De Holocaust
Joodse mensen spreken liever over “Shoah” (= vernietiging), want met “Holocaust” wordt verbranding, offer aangeduid. Wat heeft de nazi’s onder leiding van Führer Adolf Hitler er toe gedreven het hele volk der Joden te willen vernietigen? Wetenschappers hebben na W.O II geprobeerd dit dieptepunt in de geschiedenis van de mensheid min of meer te duiden. In ieder geval komt uit hun onderzoekingen duidelijk naar voren, dat “het Joodse ras” waarover de eeuwen door allerlei leugenachtige verhalen zijn doorverteld, moest worden uitgeroeid. Het is schokkend te noemen, dat Hitler en consorten zich voor hun macabere besluit hebben kunnen beroepen op vele kerkelijke uitspraken vanaf de vroege kerk tot en met de twintigste eeuw! Deze zijn niet aangenaam om te lezen; ze zijn vaak ook – o.a. vanwege de onthutsende taal – verzwegen, maar in het verband van dit onderwerp noodzakelijk om te benoemen. Hieronder een aantal voorbeelden, uit verschillende perioden van de geschiedenis.

Vroege kerk
Johannes Chrysostomus was in de 4e eeuw presbyter te Antiochië, later ook aartsbisschop van Constantinopel. Hij had van keizer Constantijn de opdracht gekregen om Jodendom en Christendom voorgoed uit elkaar te halen. Omdat gemeenteleden van Joodse afkomst ook de bijeenkomsten in de synagoge nogal eens bezochten, heeft deze beroemde redenaar – zijn naam betekent “gulden mond”- 8 preken gehouden met de titel “Adversus Iudaeos” (“Tegen de Joden”). Citaat uit één van deze preken: “Ik weet, dat velen de Joden respecteren en denken, dat ze een eerzaam leven leiden. Daarom haast ik mij om dat fatale idee met wortel en tak uit te roeien, [….] laat niemand de synagoge aanbidden vanwege heilige boeken, maar haten en mijden. [….] Moet u hen echt groeten of ook maar één woord met hen wisselen? Zou u zich niet beter van hen afwenden, aangezien ze de universele schandvlek en smet van de wereld zijn? […] Huivert u niet om dezelfde ruimte in te gaan met bezetenen, met zoveel onzuivere geesten, opgegroeid te midden van slachtingen en bloedvergieten, [….] geen wetteloosheid die zij niet hebben overtroffen met hun bloedschuld, hun eigen dochters hebben zij aan de demonen geofferd.”
Verschillende andere patres (“kerkvaders”) hebben zich op vergelijkbare wijze geuit.
Op het concilie van Nicea (325) werd besloten, dat het christelijke paasfeest van de Joodse kalender moest worden losgemaakt. Motivering: “Het zou onwaardig zijn dat wij bij dit heilige feest de gewoonte zouden volgen van de Joden, die hun handen met de afschuwelijkste misdaad hebben bezoedeld en geestelijk blind zijn gebleven. In het vervolg zullen wij niets meer gemeen hebben met het vijandelijke volk der Joden, want onze Heiland heeft ons een andere weg gewezen ……”.

Middeleeuwen
Rond 1100 vindt de 1e kruistocht plaats. De Franse priester Pierre l’Hérémite, preekte dat het einde van de wereld op handen was en riep op tot een kruistocht om het Heilige Land en de Heilige Stad te bevrijden van ongelovigen. “Dieux le veut” (God wil het). Ook vanuit Duitsland sluiten zich velen hier bij aan. Zij krijgen de zegen van priester Wentzel van Trier mee. Uit zijn gebed het volgende: “Goede God, bescherm dit heilige leger, dat naar Jeruzalem trekt om die op de ongelovigen te heroveren. Zoete Jezus, ga ons voor op onze weg, want wij dragen Uw kruis. Dood aan de ongelovigen!” Op hun tocht langs de Rijn hebben deze kruisvaarders in de toenmalige stad Gretz de synagoge , met daarin 67 Joden, in brand gestoken. Twee uur lang stormden de kruisvaarders door de stad en schonden, verminkten en doodden al wat Joods was: 1800 doden. Dit aantal liep, door slachtingen in Mainz, Worms en Spiers op tot 18.000. Later in Jeruzalem werd dit aantal nog verveelvoudigd.
In 1205 laat paus Innocentius III vastleggen, dat de Joden mensen zijn zonder staatsburgerschap en zonder rechten, door “het eeuwige knechtschap van de Joden” af te kondigen. Hen was het vanaf dat moment verboden wapens te dragen; dat betekende in een samenleving van ridders, dat zij nu ‘onvrijen’, ‘slaven’ werden. Thomas van Aquino (beroemd theoloog en filosoof) verwijst naar deze pauselijke beslissing als hij in een brief schrijft: “God Zelf heeft het Joodse volk tot eeuwige slavernij veroordeeld wegens hun schuld aan de kruisiging van Jezus Christus”.
Onder leiding van dezelfde paus werd door het concilie van Lateranen (1215) bepaald, dat Joden werden uitgesloten van alle overheidsfuncties, ook werd hun de toegang tot allerlei publieke gebouwen ontzegd want “de christelijke gemeenschap moest in bescherming worden genomen tegen de Joodse ‘verontreiniging’. Deze gedwongen sociale isolatie werd geleidelijk verwezenlijkt door het vormen van getto’s. Op dit concilie werd ook nog besloten, dat de Joden een Kaïnsteken op hun kleding moesten dragen (zgn. ‘gele vlek’!).

Reformatietijd
Maarten Luther verwachtte aanvankelijk, dat de Joden zonder enige aarzeling het gezuiverde christelijke Evangelie zouden omhelzen. Toen dat niet gebeurde, sloeg de teleurstelling van Luther al snel om in bittere haat. Zijn anti-joodse pamfletten zijn doortrokken van giftige taal. In ‘Von der Juden und ihre Lügen’ schrijft hij letterlijk: ”Wat moeten wij christenen dan met dit vervloekte en verworpen ras der Joden doen? Want zij leven onder ons en wij weten, dat zij liegen, lasteren en vloeken. Wij moeten vol van gebed en eerbiedige vroomheid een genadige strengheid uitoefenen. Laat mij u mijn eerlijke advies geven. In de eerste plaats moeten hun synagogen in brand worden gestoken en wat niet verbrandt, moet met modder worden bedekt. In de tweede plaats moeten hun huizen worden afgebroken en vernietigd.
Zij moeten in stallen worden ondergebracht als zigeuners, opdat zij beseffen dat zij geen meesters zijn in ons land, maar ongelukkige gevangenen. Ten derde moeten hun boeken worden afgenomen. Ten vierde moeten hun rabbijnen met de doodstraf worden verboden verder les te geven. Ten vijfde mogen zij zich niet vrijelijk bewegen; laten zij maar thuis blijven. Ten zesde mogen zij geen rente meer nemen. Het geld, dat men ze afneemt, moet besteed worden voor hulp aan een Jood, die zich laat dopen. Ten zevende moeten zij hard aan het werk worden gezet”. Hij eindigt met: “Geachte vorsten en edelen die Joden in uw gebied hebt: als dit advies u niet past, vindt dan iets beters, opdat gij en wij allen zullen worden bevrijd van deze ondraaglijke, duivelse last, de Joden”.

20e eeuw (eerste helft)
De Duitse Evangelische Kerk streefde in de dertiger jaren naar een “Judenreine” kerk. De generale synode te Berlijn (1933) steunde de Ariërparagraaf van de overheid en wilde die in de kerk voor ambtsdragers invoeren. Talrijke Duitse bisschoppen en theologen hebben de oorlog van Hitler goedgekeurd. Bij zijn 50e verjaardag werd hij door dr. Werner – de voorzitter van de duits-evangelische Kirchenkanzlei – in een artikel bewierookt als ‘Wundermann Gottes’. Deze woorden werden geschreven nà de boycot van Joodse winkels in 1934, ná de Neurenberger wetten en nà de ‘Reichskristallnacht’ van 9 november 1938!

Kuyper, Visscher, Kersten
Abraham Kuyper – kerkelijk en politiek leider eind 19e /begin 20e eeuw – huldigde het standpunt, dat de Joden ondanks de emancipatie nooit echte Nederlanders konden worden; zij waren vreemdelingen die geen burger- maar gastrecht zouden moeten krijgen. In een artikelenserie in 1878, ‘Liberalisten en Joden’, hekelt hij o.a. de buitensporige Joodse invloed in Nederland (pers, rechtspraak, beurs en politiek), waarbij klassieke anti-joodse stereotypen over de Jood als woekeraar en over een Joods complot om de wereldmacht te veroveren het geschrift doortrekken.
Hugo Visscher – hoogleraar theologie en politiek leider eind 19e eeuw /1e helft 20e eeuw – had veel sympathie voor het nationaal-socialisme; werd zelfs adviseur van Mussert in schoolzaken en eredienst.
In zijn theologie zijn antisemitische trekken aan te wijzen, waarbij op basis van de uitleg van de ‘bloedtekst’ in Matth. 27:25 de Joden wordt verweten, dat zij de Messias hebben gedood. Zij hebben daardoor alle ellende gedurende de eeuwen aan zichzelf te danken.
Gerrit Hendrik Kersten – kerkelijk en politiek leider eerste helft 20e eeuw – zei t.a.v. het Jodendom in Nederland in een rede voor de S.G.P. (1939): “Al gedenken wij het Woord van den Apostel, dat de Joden beminden zijn om der vaderen wil, nochtans mogen wij niet voorbijzien, dat een vaak godsdienstloos, liberaal en socialistisch, ja communistisch gezind Jodendom een gevaar voor ons land vormt”. Dit werd gesproken nà de Kristallnacht, met daardoor talloze Duitse Joden die bedelden om toegelaten te worden tot Nederland!
Voor de hier genoemde voormannen geldt, dat in hun theologisch denken de al eerder genoemde vervangingsleer duidelijk aanwijsbaar is.

Lichtpuntjes?
Deze teksten zijn nogal negatief van toon. Het zou zomaar somber makend kunnen zijn als 2000 jaar christendom louter kritisch en afwijzend zou hebben gestaan èn gehandeld tegenover het Joodse volk. Maar er zijn ook lichtpuntjes te noemen. Positief spraken de Puriteinen – een beweging in Engeland en Schotland die eind 16e eeuw begon en tot in de 18 e eeuw vertegenwoordigers had. Op grond van O.T.-ische profetieën voorzagen zij een heerlijke toekomst voor Israël aan het eind der tijden. Ook in ons land waren sommige Nadere Reformatoren, zoals bij voorbeeld Wilhelmus à Brakel, deze opvatting toegedaan.
Na de 2e wereldoorlog, dus na de Holocaust, is in de samenleving, maar ook in de kerken in het denken over en het benaderen van het Jodendom een duidelijke kentering ontstaan, helemaal wel na de oprichting van de staat Israël in 1948. Het gedecimeerde Joodse volksdeel werd gaandeweg meer als een gewoon onderdeel van de bevolking beschouwd. In de kerken groeide het inzicht, dat de tot dan gehuldigde vervangingsleer als een onbijbelse theorie moest worden verworpen. Er ontstond meer openheid naar het Jodendom, ook meer aandacht voor het ontstellende leed dat het Joodse volk de eeuwen door, maar in W.O. II in extreme mate, is aangedaan.
Deze inzichten waren al voorbereid door iemand als Prof. Dr. K.H. Miskotte en ook door bij voorbeeld Dr. J. Koopmans, die openlijk stelling nam tegenover de verderfelijke ideeën en daden van de nazi’s en helaas door een afgedwaalde fusilladekogel vroegtijdig om het leven kwam.

N.B. Er moet wèl worden opgemerkt, dat de laatste jaren in verschillende Europese landen, ook in Nederland, het antisemitisme weer groeiende is. Ook heeft het Midden Oosten conflict er voor gezorgd, dat in sommige kerken een grotere afstandelijkheid en kritische houding jegens Israël is ontstaan.

Schuldbelijden?
Voor het inzicht, dat er een bloedschuld op Europa – en dus ook op Nederland – ligt vanwege de Shoah, is blijkbaar driekwart eeuw afstand nodig. Uit bovenstaande teksten wordt duidelijk, dat de Kerk medeschuldig is aan eeuwenlange verguizing en vervolging van het Joodse volk, met de Holocaust als absoluut dieptepunt. Het zou heilzaam zijn als de kerken, als wij zelf dus, deze schuld onder ogen willen zien, die willen dragen en ook openlijk belijden tegenover de HEERE, de God van Israël en tegenover Zijn volk. De profeten Nehemia en Daniël kunnen ons hierbij tot een lichtend voorbeeld zijn! (zie Nehemia 1 en Daniël 9).


Commissie Kerk & Israël – 20 augustus 2020