Seizoensverslag SK 2017-2018

Een seizoen vliegt om. Ik heb het over de periode van augustus 2017 tot juli 2018. Praktisch gezien werken we zo in de kerk. Na de zomer starten veel activiteiten weer en beginnen we aan de volgende ‘ronde’ die doorloopt tot aan de zomer van het jaar daarop. Als kerk sluiten we daarin aan bij de samenleving. Maar we vergeten natuurlijk niet dat het seizoen in de Bijbel wordt gestructureerd door de grote feestdagen.

Ik loop enkele dingen langs waarin ik als predikant in het afgelopen seizoen actief ben geweest. Zonder naar volledigheid te streven, probeer ik een indruk te geven van hoe het seizoen verlopen is in mijn beleving.

DIENSTEN

  • In de diensten heb ik geprobeerd zoveel mogelijk een lijn te trekken. Dat vind ik belangrijk. Het bouwt naar mijn inzicht de gemeente op als we leren om de Schriften dóór te lezen. Niet te hooi en te gras wat uit de Schriften pikken. Maar de Schriften de kans geven om zich uit te spreken en de grote verbanden ontdekken. Concreet: van januari tot en met maart 2018 hebben we de 1e Thessalonicenzenbrief gelezen. Van Pasen tot Pinksteren lazen we 1 Kor. 15, het grote hoofdstuk waarin de opstanding vanuit verschillende invalshoeken aan bod komt.
  • Helaas lukt me dit lang niet altijd. In het afgelopen najaar waren er veel bijzondere diensten met ‘losse’ thema’s. Ik blijf erover nadenken hoe ik dat toch een beetje meer kan ombuigen. Misschien door een overkoepelend thema voor het nieuwe seizoen te kiezen dat voldoende speelruimte biedt om aan te sluiten bij bijzondere diensten. Dat zouden dan een soort leerdiensten kunnen worden: diensten die ons nadrukkelijk willen toerusten met het oog op ons christen-zijn vandaag in de samenleving. Want die toerusting is wel nodig: je komt voor telkens nieuwe situaties te staan die vragen om keuzes. Hoe kun je daarin de Heer trouw blijven?
  • Bij de Thessalonicenzenbrief schreef ik regelmatig een stukje voor de nieuwsbrief met wat achtergrondinformatie en enkele aanzetten voor verdere bezinning. Dat doe ik in de hoop dat u als gemeente ook voor uzelf bezig gaat met zo’n apostolische brief. Dat kan de ‘werking’ van het Woord versterken.

MISSIONAIR

  • Al vele decennia hebben we in kerkelijk Nederland ‘evangelisatie-diensten’. Ze worden ook ‘opendeur-diensten’ genoemd of ‘gastendiensten’. In Nunspeet kennen we appèldiensten. Ik denk niet dat het de enige momenten zijn waarop we mensen ‘van buiten’ kunnen uitnodigen. Als je let op het kerkbezoek door het jaar heen, zou het best eens kunnen zijn dat een VBW-dienst, een CNS-themadienst of een doopdienst minstens zoveel mogelijkheden bieden om mensen ‘van buiten’ te betrekken bij het Evangelie.
  • Daar komt bij: de kerkdienst is meestal niet eens het eerste contactmoment voor mensen van buiten om in aanraking te komen met het Evangelie. Onderzoeken hebben allang uitgewezen dat evangelisatie veel méér is dan: organiseer een kerkdienst afgestemd op deze doelgroep en nodig ze uit om te komen. Evangelisatie begint bij … onszélf. In het dagelijks leven. In de ontmoeting, de omgang, de gesprekken, het contact met mensen om je heen. Dat is ook het ‘geheim’ van de Alphacursus: inzetten op die ontmoeting, beginnen met een ontspannen maaltijd en zó ruimte creëren voor een goed gesprek over het geloof.
  • Ik hoop dat we als gemeente daar nog eens stevig over door kunnen praten met elkaar: waar liggen onze missionaire kansen? Kunnen we méér inzetten op die ontmoeting en contactmomenten creëren – zónder daar direct een kerkdienst aan te verbinden? De vraag stellen is hem beantwoorden …

NIEUWKOMERS

  • We zien in de Sionskerk veel nieuwe mensen binnen komen. Daar zijn we blij mee. Een gemeente waar mensen zich graag bij aansluiten, dat is stimulerend. Enkele keren per jaar houden we een ‘nieuw-ingekomenen-moment’ na de ochtenddienst, waarin we als kerkenraad mensen kennismaken met de nieuwkomers. Verder krijgen nieuwkomers altijd een bezoekje van een gemeentelid, die speciaal hiervoor op pad gaat. Maar hoe houden we ze vast en helpen we hen om thuis te raken in de gemeente? Dat vraagt onze aandacht. Het kan niet zo zijn dat we ze na het eerste welkom zelf verder maar laten uitzoeken hoe de gemeente in elkaar zit en waar ze aan mee kunnen doen.
  • Als gemeenteleden kunnen we allemaal daarin onze bijdrage leveren. Door ze te zien. Oog hebben voor elkaar, daar begint het mee. Maar ook door nieuwkomers te begroeten, door een praatje met ze te maken, door interesse in hen te tonen – én door te vragen of ze hun weg in de Sionskerk een beetje kunnen vinden. Bedenk dat lang niet alle nieuwkomers uit zichzelf die weg weten te vinden.
  • Verder is het belangrijk dat de leiding van bepaalde activiteiten (Running Dinner, jongvolwassenenavond, enz.) juist deze nieuwkomers persoonlijk uitnodigt om mee te doen. Ook hier geldt: contact leggen kan van óns uitgaan. Het is actieve vorm van gastvrijheid bieden.

PASTORAAT
Het bezoekwerk is een van de kerntaken van een predikant. Gelukkig hoef ik dat werk niet alleen te doen. Daarvoor is de Sionskerk ook veel te groot. Het is fijn om met anderen hierin samen te werken.

  • Pastoraal werker. Zoals we het getroffen hadden met ds. van ’t Hof, zo treffen we het nu met zijn vervanger, Johan van Rikxoort. Met hem is een (tamelijk strakke) werkverdeling afgesproken. Boven de wijkberichten wordt dat elke keer in het kerkblad vermeld: de pastoraal werker doet bezoekwerk onder zieken, rouwdragenden en ouderen. Hij is het eerste aanspreekpunt als een gemeentelid komt te overlijden. Als predikant ben ik ook een enkele keer betrokken bij pastoraat onder zieken of rouwdragenden, maar dat is uitzondering. Er blijft nog genoeg bezoekwerk voor mij over in de wijkgemeente om te doen.
  • Pastoraal Overleg. Twee keer per seizoen is er een bijeenkomst waar alle mensen die betrokken zijn bij bezoekwerk in de Sionskerk voor worden uitgenodigd: bezoekbroeders en -zusters, PPB-ers, ouderlingen, de pastoraal werker en ikzelf. We delen (anoniem!) ervaringen en bezinnen ons op onze pastorale taak.
  • Gesprekshandreiking. Nieuw was dit seizoen dat ik een A4’tje maakte rond een gespreksthema, met een paar Bijbelgedeelten en gespreksvragen. Dat A4’tje kunnen ouderlingen of anderen tijdens hun bezoek meenemen, om het daar samen met u als gemeenteleden over te hebben. Het wil helpen om het gesprek inhoud te geven en geeft tegelijk eenheid in de bezoeken: tijdens veel gesprekken in de wijkgemeente gaat het dan over hetzelfde thema. Dit seizoen was het thema: ‘De toekomst is van God’. Voor het komend seizoen zal ik een nieuwe handreiking opstellen.

ROUW EN TROUW

  • Bij uitzondering ben ik betrokken als predikant bij een overlijden en een begrafenis. Dan betreft het gemeenteleden met wie ik al voor mijn ongeluk een pastoraal contact had en die nadrukkelijk om mijn medewerking hebben gevraagd. Of het betreft gemeenteleden die niet direct vallen onder de groep zieken en ouderen, waar onze pastoraal werker zijn aandacht aan besteedt.
  • Trouwdiensten waren er veel vanuit de Sionskerk. Dat is niet verwonderlijk als je bedenkt dat we veel jonge gemeenteleden hebben. In de regel heb ik met elk trouwstel tweemaal een gesprek ter voorbereiding van de dienst. Daarnaast is er de huwelijkscatechese die we als Nunspeetse predikanten samen geven: vier avonden verspreid over het seizoen, elke avond verzorgd door eens van ons vieren.

TOERUSTING EN VERDIEPING

  • Catechese kun je niet wegdenken uit de christelijke gemeente. Daar ben ik elk seizoen op verschillende wijze bij betrokken. De vorming van gemeenteleden begint al vroeg. Tijdens de kindernevendienst probeer je kinderen al iets mee te geven en een basis te leggen voor het christelijk geloof. In de jongerencatechese (Follow Me noemen we dat, veelzeggend genoeg) bouwen we daarop voort. Daarna komt er hopelijk een moment waarop jongeren dóór willen gaan en mee gaan doen aan de belijdeniskring. Maar die doorstroming is niet vanzelfsprekend. Belijdenis doen is immers een ‘levenskeuze’. Dat houdt nogal wat in. Daar groei je als jongere niet zomaar even naar toe.
  • Maar ná de jongerencatechese en ná het belijdenis doen gaat toerusting wel verder. Het is een van mijn kerntaken om daar een bijdrage aan te geven en de gemeente te helpen vérder te groeien in het geloof. Eerlijk gezegd: ik verbaas me wel eens over het gemak waarmee gemeenteleden níet deelnemen aan toerustingsactiviteiten binnen de gemeente. Alsof je wel zonder kunt en alsof je die geloofsgroei wel op je eigen manier kunt vormgeven. Of anders is de drukte van alledag natúúrlijk altijd nog een goede reden om verstek te laten gaan. Wat is de gemeente je dan waard? Want leren doe je vooral ook sámen, zegt de Joodse traditie. Je hebt de ander nodig in het leerproces. En de ander jóu! In Hand. 2 kom je de christelijke gemeente tegen, die pas nog de overvloed van de Geest heeft ontvangen. Opvallend genoeg staat er dan bij, dat ze samen (!) voortdurend (!) bijeen waren om te leren. De Geest wil van ons een lérende gemeente maken.

Veel vreugde heb ik beleefd aan het leerhuis in het afgelopen seizoen. Tot mijn spijt moest dat enkele seizoenen blijven liggen, maar nu lukte het me toch om de draad weer op te pakken. Met een gevarieerd aanbod hoop ik iets aan te reiken dat vormend en verdiepend is voor ons christelijke leven.

  • Matteüs-uur. Elke twee weken één uur, vroeg in de avond. In totaal 16x kwamen we bij elkaar. Elke keer kwamen twee hoofdstukken van Matteüs aan de orde, zodat we het hele Bijbelboek hebben door gelezen. Ik heb het ervaren als een verrassende en verrijkende opzet. In het nieuwe seizoen komt er een vervolg, met een ánder Bijbelboek, waarschijnlijk iets uit het Oude Testament.
  • Leerhuis: Luther en Franciscus. Twee keer een serie van drie avonden. In het najaar rond Luther, aansluitend bij het ‘Lutherjaar’ (500 jaar Reformatie). In het voorjaar rond de middeleeuwse Franciscus van Assisi en de huidige paus, die met opzet voor de naam Franciscus koos toen hij paus werd. Beide series waren vooral gericht op het lezen van teksten van Luther en Franciscus zélf. Praten over deze twee wordt anders als je iets van henzelf gaat lezen en overwegen. De opzet met modules van drie avonden is heel plezierig. Voor het nieuwe seizoen kies ik twee andere ‘voorbeeldfiguren’ uit of misschien een actueel thema.
  • Verdiepingsavonden belijdende leden. Daarnaast noem ik nog graag de verdiepingsavonden, die we drie keer per seizoen houden voor de mensen die in de afgelopen belijdenis hebben gedaan. De organisatie ligt in handen van twee van hen, samen met mijzelf. Mooie avonden rond actuele thema’s.

KERKENRAAD EN BELEID

  • Als predikant doe je een aantal dingen alleen. Maar je bent ook deel van de kerkenraad en werkt samen met de broeders van de kerkenraad (en anderen in de gemeente). Er wordt veel werk verzet door de kerkenraad. De vergaderingen kennen een goede sfeer in de verbondenheid van het geloof. Dat stemt me telkens opnieuw heel dankbaar. We proberen de laatste tijd regelmatiger de vergaderingen te beginnen met bezinning en gebed in kleine groepjes. Dat voedt ons geloof als broeders en het versterkt onze verbondenheid.
  • Tegelijk is een traject in gang gezet voor een nieuw beleidsplan. Dat kan gauw iets zijn waar je tevéél tijd en energie in steekt, met als resultaat een mooi beleidsstuk dat in de la verdwijnt. Dat willen we niet! Hopelijk lukt het ons om het zo te doen dat we u als gemeente er echt in betrekken en dat we gericht proberen de gemeente te versterken. Met een mooie kreet: Worden wie je als gemeente bent. Jezus zei tot zijn leerlingen: Jullie zijn het licht voor de wereld (Matt.5). Je bént het al en in dat vertrouwen mag je als gemeente op weg gaan. Maar tegelijk moet je je telkens afvragen: hoe kan het toch nog méér uit de verf komen? Daar is zo’n beleidsplan voor bedoeld.

EN VERDER
Van de andere dingen waar ik bij betrokken was/ben, noem ik er een paar:

  • de diaconale avond georganiseerd door het Venster (thema: participatiesamenleving)
  • de interkerkelijke reformatie-herdenking in de Dorpskerk
  • diensten op zondagmorgen in Seewende en weeksluitingen op zaterdagavond in de Bunterhoek
  • als predikant ben ik namens het ministerie betrokken bij de PPB voor heel hervormd Nunspeet,
    we hadden in dat kader een leerzame toerustingsavond rond ‘rouwdragen’ met ds. Margriet van de Kooi

STUDIE EN PERMANENTE EDUCATIE
In het afgelopen seizoen heb ik iets te weinig gedaan aan de verplichte Permanente Educatie.

  • Ik volgde in Utrecht (een dependance van de Tilburg University) een serie middagen over Lectio Divina: hoe lazen bekende middeleeuwse christenen de Bijbel en wat kunnen wij daarvan leren?
  • Er was een Masterclass van het Nederlands Bijbel Genootschap over de herziening van de Nieuwe Bijbel Vertaling waar ik aan deelnam. Aansluitend daarop doe ik een verdiepingsprogramma, waarbij ik een casus moet bestuderen en bespreken in een paper (over een concreet Bijbelgedeelte met de vraag of de vertaling ongewijzigd kan blijven of niet).
  • Een paar dagen ging ik op retraite naar een klooster. Daar (een uitgelezen plek!) heb ik me verdiept in de spiritualiteit van de Benedictijnse traditie. Verder verdiepte ik me in vragen rond christelijke ethiek.

Over het verdiepingsprogramma van het NBG en de retraite in het klooster zal ik een paper schrijven. Hebt u er belangstelling voor, dan laat ik u graag mee lezen. In het kerkblad zal ik binnenkort nog op attenderen.

EGYPTE

  • In de vorige zomer ben ik naar Kom Matai geweest, op bezoek bij de gemeente waar ik eerder was in verband met de GZB-predikantenreis (januari 2016). Na de zomer waren er twee jonge dominees uit Egypte op bezoek bij ons, Maurice (die dat prachtige lied in het Arabisch zong in de kerkdienst) en Efraim. Met hen houd ik contact en ik hoop in het komend seizoen bij ze op bezoek te gaan.
  • In januari 2019 komt bij leven en welzijn een groep Egyptische predikanten naar Nederland, voor een ‘tegenbezoek’, samen met Willem-Jan de Wit, die verbonden is aan het seminarie te Caïro, uitgezonden door de GZB. De predikant van Kom Matai, Hany, zal dan ook enkele dagen in Nunspeet verblijven. Daar kijk ik naar uit. Betrokkenheid bij de wereldkerk is een must voor ons vandaag. Er ligt een opdracht in besloten. Wij, in het meest welvarende gedeelte van de wereld, zijn geroepen om te delen van onze overvloed. Er ligt ook zegen in besloten. Want ‘geven maakt rijk’. Maar ook: over en weer (het komt van twéé kanten!) valt er zoveel te leren en kunnen we elkaar bemoedigen.

THUISSITUATIE

  • U weet van de zorgen die we thuis hebben. Zelf was ik inmiddels weer zover dat ik ‘normaal’ kon werken en aan mijn tweede seizoen met 80% kon beginnen. Maar niet lang daarna bleek Christa uitzaaiingen te hebben van de borstkanker die 12,5 jaar geleden voor het eerst de kop opstak en waar ze vervolgens vele jaren voor behandeld werd. De situatie is op dit moment stabiel, maar wie ‘kanker’ zegt weet dat er van alles kan gebeuren en dat de ziekte onberekenbaar is en veel onzekerheid en spanning met zich mee brengt.
  • We zijn erg blij met alle meeleven vanuit de gemeente. Tegelijk vraagt het ‘ziekteverhaal’ veel energie en tijd. Het is een hele kunst om het zo te doen dat het je leven niet gaat beheersen. Dat proberen we wel. Het werk gaat door. Gelukkig maar. Het is niet altijd makkelijk maar het geeft ook in de goede zin van het woord ‘afleiding’. Het gezin gaat ook door. Wat een zegen. Je kinderen en andere geliefden: ze vragen je aandacht en ze vormen je ‘thuis’. Geloven gaat ook door. Voor mijzelf als predikant geldt dan ook: geloof ik wat ik verkondig? De dingen die ik zeg op de kansel – zijn dat de dingen waar ik zelf ook uit leef? In een periode als deze, met veel persoonlijke zorgen, gaat dat echt niet ‘op rolletjes’. Maar met vallen en opstaan blijft het wel de Waarheid waar je bij leeft en waar ik samen met u als gemeente mijn houvast in zoek én vind.

Heer, U bent mijn leven,
de grond waarop ik sta.
Heer, U bent mijn weg,
de waarheid die mij leidt.

 

Ds. David Rodenburg – 5 juli 2018